Geven, meer kun je niet.

wrapping japan

In Japan is het geven tot kunst verheven. Dan ben je er niet met een leuk presentje en grappig inpakpapiertje. In dit blog beschrijft Jessica Okui hoe je het inpakken van een cadeau betekenis geeft. Maar het is een Nederlander die nog een stap verder gaat: ‘giving is all we have’ zegt de website van Jeroen Timmers. En hij heeft gelijk. Al moet je daar misschien even over nadenken.
Bijna elk probleem van deze tijd staat in verband met inhaligheid. Het idee dat het vergaren van veel geld ons ‘groot geluk’ garandeert, is een wereldwijd verbreid idee dat in domheid nog niet is overtroffen. Zoek in je leven de volwassen mensen die gelukkig zijn en zie bij wie je uitkomt. In mijn vriendenkring zijn de gelukkigste mensen beslist niet de rijkste. Ze zijn kunstenaar, kok, iemand met een ambacht, zorgmedewerker, docent en journalist. En hetgeen hen verbindt is dat ze oprechte interesse hebben in sociale omgang, in het delen van hun inzet en kunde, in het maken van iets bruikbaars, iets moois of iets prikkelends. En als je er iets langer over nadenkt besef je dat juist deze mensen het ‘geven’ tot hun beroep hebben gemaakt. Ze geven alles wat ze hebben aan hun publiek. Kijk eens hoe gelukkig een zangeres wordt als ze haar song kan vertolken voor een luisterende massa. Tuurlijk, ze krijgt gewoon betaald, maar ze wordt door geld niet primair gedreven. En dat is natuurlijk anders bij de belegger, de speculant, de bankier en de gemiddelde aandeelhouder. Die benadert zijn werk in het beste geval als een hard spel waarbij knikkers gewonnen moeten worden uit de buidels van anderen. En zoekt zijn beloning in de haven van St. Tropez. Maar ook daar zie je ze nooit gelukkig.
Geluk is een keuze. En geven is het enige wat je hebt. En het mooie is dat in elke cultuur het geven van geschenken de cruciale emotie van genegenheid en liefde brengt. Zowel bij de ontvanger als de gever. Onbaatzuchtig geven… het heeft een ongekend diepe kracht. En iedereen lijkt dat te zijn vergeten. Vind je dat niet fascinerend?

Spelen met Vuur

comet

Mijn leukste speelgoed ooit was de ‘komeet’. Hoe je zoiets maakte las ik in het controversiële boek ‘the Painted Bird‘ uit 1965 van Jerzy Kosiński. Met ’n hamer en één spijker tover je een conservenblik om tot een gloeiend slingerwapen. Je steekt het blikje over een stuk brandhout en slaat er duizend gaatjes in. Dan maak je er een hengsel aan met stevig ijzerdraad, doet er brandend hout en mos in, zwiert dat geheel aan een touw in de rondte en ziet al snel het bruine-bonen-tin rood opgloeien. In korte tijd had de hele straat een komeet en kregen enkelen de withete slingerbewegingen al bijna om de oren. Je kon er prachtige lichtpatronen mee schilderen in de duisternis. Zo maakten we ook parachutes uit boterhamzakjes en schoten we grind met katapulten uit weckfles elastiek. Het plezier dat ik beleefde aan papieren pijltjes (uit oude glossy’s gevouwen) en de blaaspijp van elektriciteitsbuis is met een windbuks nooit meer geëvenaard. Al die restmaterialen bestaan nog steeds. Maar kinderen die zich daarmee vermaken zie ik nergens. Wel kunstenaar Rob van Acker die mij steeds weer weet te boeien met diezelfde jongensachtige speelsheid in zijn werk. Zijn producten kennen Afrikaanse precisie en herinneren ons aan de totale industriële afhankelijkheid (De lamp op de foto komt overigens uit Marokko en hoort er helemaal bij : )