No Plan B

Free your mind, schreef ik anderhalf jaar geleden. En analyseerde in dat stukje de betekenis van collectieve creativiteit. Die behoefte is groter dan ooit aan het worden.

Smeets & Wevers moeten het culturele klusje gaan klaren voor deze regio. Zij als oorlogsveteranen hebben een soort A-team gemobiliseerd (‘there is no plan B’) en het is Lei Meisen – de Mr. T van dit gezelschap – die nu komt met een open vraag in een Linkedin-groep. Hij roept de bewoners van de Euregio op om creatief mee te denken over onze kandidatuur voor culturele hoofdstad. Samenvattend schrijft Lei: “Wij roepen U op… U die dit leest: Hoe benutten we de mogelijkheden van onze steden, ons landschap, onze kennisindustrie, onze creatieve industrie? Hoe ontwikkelen we die verbindingen? ” zie ook de website van Via2018. De prille reacties na enkele dagen zijn contraproductief. En echt inhoudelijk iets zinnigs bijdragen is ook bijzonder lastig. Prof. Harry Welters deed een verdienstelijke poging nog voor hem de vraag gesteld was. Geheel op eigen initiatief. Maar niemand heeft de oplossing zomaar kant en klaar in het hoofd. Niemand kan het alleen.
Wil je deze open vraag – die excelleert in onbegrensdheid – van Lei constructief beantwoorden, heb je een groep deelnemers nodig die onconventioneel denkt en vooral in staat is tot het onbaatzuchtig delen en verrijken van elkaars ideeën. Dat laatste is het moeilijkst. Er vinden nu al tal van discussies plaats, maar in vrijwel alle gevallen zie je de deelnemers elkaar neersabelen met ego-gestuurde betweterigheid. De meest gevestigde marktspelers krijgen de langste spreektijd. Er wordt niet gedeeld, maar een vuurwerk aan losse statements afgeschoten. Wat overblijft zijn verdoofde oren en een hemel vol rook. Als we met dezelfde energie een proces van collectieve creativiteit op gang krijgen, dan zou dat deze streek verbijzonderen.
Hoe dat gaat? Bij wijze van primitief voorbeeld stellen we de fictieve vraag wat we als collega’s onze scheidende deputé cadeau zullen geven. De eerste medewerker zegt, misschien zo’n fotoboekje dat je kunt laten printen via internet? Prima, neemt een volgende het over. Zo’n boekje is wel lekker concreet. Zouden we daarin ook de tickets van concerten of dansvoorstellingen kunnen opnemen? Ja hoor, vooral als we zo ’n jaar lang, elke maand een voorstelling bieden. Een vierde is nu zo enthousiast dat ze over haar woorden struikelt. En dan gaat er elke voorstelling een van ons mee, gewoon uit vriendschappelijk collegialiteit die nooit voorbijgaat. Geef deze mensen nog een half uur en je hebt een uniek cadeau. Natuurlijk een erg eenvoudig voorbeeld, maar wel het fundament van collectieve creativiteit: Je zult elkaars beste ideeën moeten omarmen en uitbouwen met nieuwe impulsen. Ook af en toe de balans opmaken, de haalbaarheid toetsen. Maar de echte synthese doe je samen.
Door een poos deel te nemen aan de BBox sessies heb ik gezien hoe moeilijk dat is. Maastricht kent nog steeds geen open arena waarin mensen bereid zijn – en de discipline hebben – tot het delen van hun creativiteit. Want je zult de allerbeste creativiteit die in je opkomt zomaar moeten weggeven. En volledig dienstbaar zijn aan het geheel. Wie kan dat? Het A-Team?

Fatale Keuze

De regio had het helemaal voor elkaar: een eigen succesvolle website met alle nieuws en tips voor expats en buitenlandse studenten. Een eigen internationaal platform waarop gedeeld werd wat iedereen aan het hart ging. Deze site is nu pardoes gestopt.

Zo’n twaalfduizend verschillende lezers bezochten elke maand de informatieve website Crossroadsmag.eu. Dat is een waanzinnig aantal bezoekers, voor een stad met 118.000 inwoners. De aantrekkingskracht van deze website gaat dan ook ver over stadsgrenzen. Het is een internationaal platform zonder achterliggend belang, dat vooral voor sociale verbondenheid en kwaliteit van leven gaat. Drijvende kracht achter de website is eindredactrice en “Dutch Expat of the year 2010” Sueli Brodin. Haar coördinerende rol bij de publicaties bestond vooral uit het coachen en aanmoedigen van aankomende journalisten, die zich stilaan ontwikkelden tot regionale reporters. Op die manier ontstaan expats die geëngageerd zijn met stad en regio. Maar zonder financiering is het natuurlijk niet op te brengen en dus ligt de site stil.
Het initiatief komt oorspronkelijk uit de koker van het European Journalism Centre. Een onafhankelijk instituut dat zijn taak formuleert in de lijfspreuk: ‘Journalists working for Journalists’. Het EJC is dus een van die internationale instituten die Maastricht zou mogen koesteren. Maar directeur Wilfried Ruetten werd niet echt gehoord en dus heeft hij zijn zoektocht naar financiering gestaakt. Op de site staat nu een vriendelijk slotwoord en dank aan alle schrijvers en bezoekers.
De verontwaardiging in de expat- en studentengemeenschap is compleet. Catherine Copeland (Hoofd van de Primary and Preschool at United World College Maastricht) reageert: “What a crying shame […] It was an important resource for our community of expats in Maastricht. I for one, and everyone I know here, will sincerely miss it […] With sadness and thanks for your past work”.
Het is natuurlijk bizar dat de regionale overheid vele tonnen investeert in een expatbalie, Universitaire campagnes voor buitenlandse studenten, intensieve regiobranding en de nodige tamtam over onze cultuurambities, terwijl een van de onderliggende succesfactoren niet wordt herkend. De oprechte verhalen van andere expats zijn voor aspirant Maastrichtenaren immers veel overtuigender dan welke kleurrijke brochure ook. Is het bestuurlijk niet te verantwoorden een onafhankelijk platform te financieren? De betekenis van Crossroadsmag is toch ruimschoots bewezen. Wie de berichtgeving inhoudelijk beschouwt, vindt er alleen maar positieve energie. Volgens Brodin wordt de site ook bezocht door veel buitenlanders die hier al lang niet meer wonen maar wel met de regio verbonden blijven. “It comes as a shock to me that Crossroads is now closing down. Can’t there be something done to stop this from happening?” reageert Duma, die na haar verblijf in Maastricht alweer tien jaar in Swaziland woont. En dat is inderdaad de centrale vraag: laten we 500 bezoekers per dag over aan de goden? Of zetten we deze regio blijvend op de internationale kaart? Als ik Ruetten zo beluister is het probleem met enkele tienduizenden euro’s opgelost. Wie tijdig een slim idee heeft, kan hem vast snel bereiken via ruetten@ejc.net

De zon rijst.

Vanochtend ontving ik een mail van een Britse kennis uit Japan. “The news does not get better from Japan. The country’s spirit is really wounded. Japanese do not wear their emotions on their sleeves so it is not visible on the surface, but deep down there is a real sadness brewing.”

Terwijl de lentezon het straatbeeld opvrolijkt, voltrekt zich in Japan een ramp die waarschijnlijk al het voorafgaande zal overstijgen. Tot die conclusie moet je wel komen je als je op YouTube de lange documentaire bekijkt over het verloop van de zeer vergelijkbare ramp in Tsjernobyl. De opoffering die nodig is om zo’n catastrofe enigszins in te dammen is onmenselijk. De Soviets hebben destijds duizenden arbeiders, mijnwerkers, technici en militairen de dood in gestuurd om hun land en de wereld voor een nog veel grotere ramp te behoeden. Het resultaat is een nucleaire sarcofaag die je beter Doos van Pandora kunt noemen, want het bouwsel heeft de houdbaarheidsdatum al lang weer overschreden. Die ene kernramp is nog lang niet opgelost, of de volgende dient zich alweer aan.
Binnenkort verwacht ik twee Japanse studenten die via een uitwisseling kennis willen opdoen over Westerse Media. Aangaande de technologie zal ik ze weinig nieuws kunnen bieden. Misschien dat ik hen maar liever op het spoor zet van de Duitse omwenteling. Hoe dat land de transitie maakt van kernenergie naar akkers vol zonnepanelen. Ongeveer 20% van de Duitse energiebehoefte komt al van zonnecellen. In Nederland werd tijdens de Floriade van 2002 een zonnedak in gebruik genomen. In de 9 jaar die zijn verstreken, is er niets vergelijkbaars meer bij gekomen. En dat terwijl nabij Abu Dhabi de eerste CO2 neutrale stad een feit is; op basis van een enorme zonnecentrale. Opmerkelijk is dat de Arabische Emiraten de derde olie-leverancier ter wereld zijn. Die zonnecentrale is dus een veeg teken wat betreft hun eigen toekomstverwachtingen.
De Duitse investering in vele hectares glas werd al zichtbaar in de TV serie Tegenlicht van 2008. In de drie jaar die zijn verstreken na het uitzenden van de VPRO documentaire, heb ik nog geen pannendak zien veranderen in een zonnedak in het Nederlandse straatbeeld. We hebben onze tijd vooral besteed aan hypotheekrente en hoofddoekjes. Hoe ik dat die jonge Japanners moet gaan uitleggen, weet ik nog niet maar met wat geluk kunnen ze er smakelijk om lachen.
Eerlijk gezegd hoop ik dat ik vooral iets van hún kan leren. Ik leen namelijk graag uit de Japanse cultuur. Daarnaast heb ik al wat winkels opgespoord, waar je hoogwaardige ingrediënten krijgt uit de Japanse keuken. Trouwens, kom de 20e van deze maand naar het Japanse Pecha Kucha in Ainsi. Dan leer je mijn twee gasten vast kennen.