Komt de iCar eraan?

Wat is dat toch, die enorme groep mensen die zweert bij Apple computers? Gebruikers die samen wel haast een verbond lijken te hebben omwille van dat magische merk? Een wonderlijke ontwikkeling van deze tijd.
.
Op TV passeert een commercial die een betere nachtrust belooft. Vóór dat moment was je daar absoluut niet mee bezig, maar na wat geeuw- en uitrekbewegingen groeit de behoefte aan een nieuw bed vanzelf. Het thema is in elk geval je huiskamer binnengeslopen en mogelijk volgt daarop eerdaags ook dat gestabiliseerde waterbed. Zo’n verkoopproces heeft de fraaie naam “interruptiemarketing”. Synoniem voor: iemand ongevraagd lastigvallen en ‘bewust’ maken van een behoefte. Daar zijn we allemaal mee opgegroeid.
Door de opkomst van een fijnmazig communicatienetwerk is er ook een ander marketingproces op gang gekomen. En dat werkt precies andersom. Stel, je behoort tot degenen die soms rugklachten hebben. En daardoor zit je plots werkloos thuis. Dan ga je na wat pijnstillers vanzelf op zoek op het web – pas op met je rug – en vindt daar vast een community waarin lotgenoten hun ervaringen delen. En daar zit vast weer een clubje bij dat baat vond bij een waterbed. Een fanatiek groepje dat via de patiëntenvereniging een korting heeft bedongen bij de meest toegankelijke producent van die bedden. Ook via deze route is het gevolg dat je na een poos een waterbed in huis hebt staan. Deze vorm van marketing heet ‘engagement’.
Wie de twee principes vergelijkt, ziet dat interruptie op de massa schiet en aanvaardt dat er maar een klein deel van de massa reageert met een aankoop. Daarom noemen we die massa graag ‘consumenten’. Maar indien het individu zelf op zoek is naar een oplossing, klonteren al die geëngageerden samen tot een massa. Dat is natuurlijk een heel ander type consument. Vaak mensen die heel goed weten wat er te krijgen is en zich graag bemoeien met de prijs en het product. En als het even kan in overleg willen met de fabrikant. Dat kun je bijna geen consument meer noemen. Dat zijn relaties, liefhebbers, ambassadeurs, co-producers, fans en constructieve critici. Ze bloggen en mailen over blunders en successen en hebben als eerste in de gaten als de producent dingen laat schieten of juist verbetert.
Van Apple zie je nooit commercials op TV. Apple besteedt daar geen euro aan. Apple steekt wel de nodige kosten en energie in het gebruiksvriendelijk ontwerpen van hardware en software. Gedreven door mensen die daarin perfectie nastreven. Die nadenken en onderzoeken wat nu prettiger werkt. En die ontwerpers laat Apple dan zelf vertellen, wat hen zo drijft. In oersimpele online-video’s zonder decor. Of Apple demonstreert simpelweg haar product. In oudere online films laat Apple haar gebruikers aan het woord. Wie ooit een enkele mail op zo’n plat Apple toetsenbord heeft getikt, kan bijna niet meer wennen aan de lompe motoriek en het geluid van een regulier knoppenregister. Dat lijkt dan eerder een accordeon voor reumapatiënten. Als je je product maakt met maximaal engagement, hoef je daar niemand mee te interrumperen. Dat verkoopt zichzelf. Toch zullen we nog lange tijd beide marketingprocessen naast elkaar aan het werk zien. Maar de succesvolle ‘geëngageerden’ maken vaak minder kosten en hebben tevreden klanten en personeel. Als morgen een Apple-auto wordt uitgebracht, zijn er op voorhand – ongezien – al miljoenen van verkocht. Is dat niet merkwaardig?

Kroniek van Ellende

Wat zou de reden zijn waardoor zoetjesaan elk weldenkend mens het abonnement op de krant opzegt? Volgens mij is het simpeler dan je denkt.

Stel, je komt de deur uit en daar staat ze weer: je buurvrouw die met de bezem de stoep aanveegt. De ‘Goeiemorgens’ klinken over en weer en ze stapt op je toe met ‘Zeg heb je ’t gehoord?’ Je kijkt wat verwonderd – hebt niet zo veel tijd -maar ze steekt al van wal.
‘In Roosteren heeft een pedo aan de peuters gezeten. Iedereen in paniek daar. Het is een medewerker van zo’n speelzaal.’
‘Oh?’ en je trekt je wenkbrauwen op.
‘Ja en er zijn ook weer overal kelders ondergelopen, want de sneeuw smelt. En misschien gaan er dan wat rivieren buiten de oevers. Terwijl ze bij WML in een crisis zitten. En je hebt geen idee hoeveel asfalt er nu weer kapotgevroren is. Dat moeten ze dus allemaal gaan herstellen. Trouwens, hoorde je dat niet van die twee politieofficieren die ze op non-actief hebben gesteld? Want die hadden niet eens een certificaat… ’t is toch allemaal wat, vind je niet?’ Stel, ze gaat zo elke dag tekeer. Hoe weerzinwekkender de pedo, hoe langer ze doordraaft. Hoe groter de fraude, hoe vaker ze er op terugkomt. Van zo’n mens word je toch knettergek, niet?
Ik heb gelukkig alleen maar aardige buurvrouwen, die gewoon netjes gedag zeggen en hooguit vragen hoe het met me gaat. Maar op mijn deurmat ligt wel elke ochtend zo’n klaagzang. Met daarin het slechtste wat deze wereld de afgelopen 24 uur heeft voortgebracht. Tientallen verhalen vol ellende, waar ik niets aan kan veranderen. En eigenlijk ook geen mening over wil vormen. Omdat mijn mening en ondeskundigheid in die context geen donder uitmaakt. Ik ga geen asfalt herstellen of pedo’s berechten. Ik wil geen fraudezaken oplossen. Dat is het vak van andere mensen, die daar wel plezier aan hebben. Ik leef in een wereld waarin hard gewerkt wordt om ons bestaan beter, gezonder en fijner te maken. Maar dat lees ik nooit op de voorpagina van mijn krant: “Zonnepanelen op dak tóch rendabel” of “10 winterse kooktips” of “effect van creativiteit neemt toe”. Ik hoor de directie van Dagblad De Limburger al roepen: ‘dan verkopen we geen enkele krant meer’. Zou dat betekenen dat het team redacteuren, ANP-nieuwsleveranciers en alle anderen voortdurend actief zijn rond negatieve thema’s? Al die inspanning om de meest spraakmakende ellende elke dag op onze deurmat te krijgen? Wat zou er gebeuren als we een krant zouden maken die een inspanning doet om uit elke boodschap het beste, meest bemoedigende, positieve element zou destilleren? In dit bijzondere filmpje zie je een ontroerende variant daarop.
Bij meer positief nieuws krijg je meer gelukkige lezers, meer hoop en zelfvertrouwen en voor de journalisten een aangenamere job. En je weet het niet: misschien ook wel een hogere oplage, meer adverteerders en inspirerende ingezonden brieven. Wie immers de massa volgt op twitter, ziet dat daar de headlines die mensen zélf bedenken vooral bestaan uit positief nieuws en verwijzingen.
Ik besloot al een poos geleden negatieve energie te vermijden. Dus niet strijden tegen beroerde politiek, niet protesteren tegen Awacs, bezuinigingen of andere negatieve maalstroom. Je kunt immers veel beter een positieve beweging in gang brengen, die in een goede richting stuwt. Het bijproduct daarvan is niet frustratie maar voldoening. En daarmee trek je medestanders aan die ook al zo’n voldaan gevoel krijgen.

Wie overleeft 2011?

Iedereen voelt wel aan dat het reclametijdperk ten einde loopt. Reclame is uitgewerkt. Bovendien is er iets slimmers voor in de plaats gekomen. Al zijn er nog niet zo veel mensen die daar grip op hebben, dat gaat in 2011 snel veranderen.
.

‘Reclame maken’ berust op een simpel principe: je staat op de markt en roept om het hardst dat je skisokken in de aanbieding hebt. Iedereen binnen de cirkel van verstaanbaarheid zou koper kunnen worden, denk je. Uiteraard zijn er 1.000 redenen waarom maar een enkeling reageert. Veel mensen skiën helemaal niet, of het seizoen is bijna voorbij, of men spreekt een andere taal of men koopt die sokken liever in de sportshop. Het kan vanalles zijn. Er komt een dag dat je na al dat schreeuwen niets hebt verkocht. Omdat de echte skiërs hun sokken al lang binnen hebben. Via een route die makkelijker en sneller is. Of omdat jouw sokken niet het gewenste aureool hebben.
Inmiddels kunnen we de meest uiteenlopende doelgroepen vrij accuraat bereiken via internet. Omdat daar de communities zelf aangeven waarin ze geïnteresseerd zijn. Bij zo’n groep gelijkgestemden hoef je helemaal niet te schreeuwen. Het gaat veel meer om hetgeen je op een normaal volume te zeggen hebt. Wat is er zo bijzonder aan die sokken van je? Wat is er zo bijzonder aan jouw team van sokkenmakers? Waarom ben je daar mee bezig?
Alles wat de verkoop aanmoedigt komt uit alle poriën van de organisatie. Alleen maar roepen dat je bestaat is suf. Dat je het goedkoopst bent is zielig. Je kunt beter je gedrevenheid en bezieling demonstreren. Laten zien dat je begaan bent. Het mooie van die hele ontwikkeling is, dat we in de basis eindelijk weer gewoon en eerlijk gaan communiceren. Laten zien met welk plezier en inzet we aan het werk zijn. En moeite doen om onze overtuiging helder en beeldend te verspreiden. Bij anderen die daar iets mee kunnen. Laten we beginnen met aan skiërs te vertellen dat er skisokken bestaan voor rechter en linkervoeten, dat ze bestaan uit een slimme mix van wol, acryl, viscose, elastan en polyamide, dat ze beschermen tegen drukgevoelige plaatsen, dat ze hun comfort danken aan de variaties in het weefsel.
En nóg beter is dat we met onze hele organisatie, het hele team elke dag bezig zijn ieders ski-ervaring nog intenser te maken. Door ons steeds weer af te vragen hoe we kunnen bijdragen aan de perfecte bescherming van het menselijk landingsgestel. En dat we altijd, ook het volgende seizoen, op zoek zullen blijven naar verbetering en vernieuwing in het streven naar het ultieme skiën. En dat we bij al die inspanning ook nog onze aarde ontzien. En aan die aarde teruggeven wat we namen. In die wereld leven we nu. Waarin motivatie en drive het winnen van onverschilligheid. Komend jaar zal iedereen die zijn/haar product met die inzet en liefde ontwikkelt een groeiend aandeel verwerven in de ‘krimpende groei-economie’ waarin de prijsvechters met elkaar kreunend ten onder gaan. In dit tijdperk draait het om het verleggen van bestaande grenzen. Uiteraard wens ik samen met ons T36-team alle lezers en kijkers een geweldig geëngageerd 2011.