De Top in Maastricht

De trappen van het Haagse congrescentrum voerden naar de grootste held die het universum van de jazz op dat moment te bieden had. Ik drong door tot op de eerste rij van het dakterras en zat op 10 meter afstand van McCoy Tyner. 25 jaar later – gisteren – gebeurt iets soortgelijks in Maastricht.

De hele fietsenstalling vol, dat heb ik nooit eerder meegemaakt bij het Mecc. Maar ook de parking is goed gevuld met alle kleuren nummerplaten. En in de corridors en trappenstelsels heerst een stijlvolle, aangename drukte. Ik zie bezoekers in alle leeftijden en dat stemt meteen hoopvol. Want de jazz kent heel wat overjarige volgelingen die niet op de evolutie van het genre uit zijn, maar op het conserveren ervan. Maar de pianoklanken van Joe Jackson bewijzen dat Mecc Jazz verdraagzaam omgaat met aanpalende invloeden. En dat is wat de jazz (net als onze samenleving) nodig heeft: invloeden van buitenaf.
Voor de bezoekers is er vanalles te kiezen want de organisatie heeft er een a-la-carte programmering van gemaakt. En dat niet alleen met het muzikale aanbod. Je kunt er van sushi tot patat vanalles eten en behalve tapkranen zijn er cocktails, bijzondere biertjes en zelfs oestermeisjes. Die laatste wandelen met bakjes oesters op de heupen tussen het publiek en kunnen de extase van het moment verder verhevigen.
Dat concert van Tyner zo’n 25 jaar geleden, staat nog steeds noot voor noot in mijn geheugen gegrift. Het was een ervaring die onwerkelijk ver boven het draaien van zijn LP’s uitstak. De man ging er vanuit dat de zaal haar huiswerk had gedaan. Na nog geen vier maten Afro Blue steeg het thema op naar hogere sferen en werd in zijn massieve pianospel alle herkenbaarheid van het stuk gekneed in de meest uiteenlopende gedaanten. Op die leeftijd ontdekte ik dat degene die dit principe van improvisatie ontgaat, jazzmuziek ervaart als een brei van noten zonder begin en einde, vol nerveus-makende wendingen, met de onvermijdelijke drumsolo als autistisch dieptepunt. Maar de x- en y-generatie hebben inmiddels zoveel muziek gehoord, dat er tegenwoordig weer voldoende liefhebbers te vinden zijn in de grote zaal die voor vanavond tot Bourbon Street is omgedoopt. Op het podium staat Wayne Shorter (1933), een saxofonist die met heel wat dinosaurussen uit de moderne jazz (maar ook daarbuiten) heeft opgetreden. Zijn kwartet zet een staaltje hogere wiskunde neer, waar wel wat toeschouwers aan moeten wennen, maar het is van onmiskenbare kwaliteit. Hij heeft zich blijkbaar niet laten verleiden tot het reproduceren van succesnummers als Speak no Evil of Freddy Hubbard’s Red Clay. Dat patroon zien we immers bij de meeste Jazzcoryfeeën van zijn leeftijd. Maar de vitaliteit van Shorter is bijzonder welkom in Maastricht en slaat aan. Zijn performen is authentiek en fascinerend. Even later sluit Trijntje Oosterhuis de avond af en sleurt daarbij het publiek de trappen af naar haar podium om te swingen. Op dat moment vertelt mij de grootste Jazzfan van de stad en mede-organisator Jean Haesen dat dit festival haar bestaansrecht in één klap heeft bewezen. Thuis kijk ik nog even op twitter onder #MeccJazz en lees ik uitsluitende lovende reacties op dit tweedaagse festival. Maastricht heeft er inderdaad alweer een top-event met Euregionale aantrekkingskracht bij. Diepe buiging voor Jean, de mannen van Clockround Events en alle andere betrokkenen. In een tijd van afkalvende cultuur krijgt Maastricht dit zomaar rond.

Breaking News

Het duurde zo’n 10 minuten, tussen het stranden met autopech in Waalwijk en mijn aankomst 5 kilometer verderop bij een belangrijke afspraak. Intussen haalde een naburige afsleepdienst het voertuig op en was ik relaxed in gesprek op mijn bestemming.

Zulke onmogelijke situaties, waarop door autopech de planning voorheen compleet stuk zou lopen, regel je nu met je iPhone in een paar snelle acties. Okay, vastgelopen motoren repareren kan de iPhone4 nog niet. Maar toen ik op zo’n verlaten industrieterrein – op 5 kilometer van de bestemming – de straatnaam wilde weten, omdat ik daar de Saab in de berm had gestuurd, zat ik 1 klik van het antwoord vandaan via de ‘maps’ service. Zo’n toestel weet precies waar je bent. Met de zoekwoorden Taxi en Waalwijk heb je meteen een nummer in beeld en belooft de centrale: “over 5 minuten kunt u instappen, we komen eraan”.
Deze Saab is een eigenwijze auto. Wil je de sleutel uit het startslot nemen om de wagen af te sluiten, zal de versnelling in reverse moeten staan. Anders gaat die sleutel er echt niet uit. Maar met een vastgelopen motor schakelt het niet makkelijk. Dus zit er niets anders op dan de wagen onafgesloten – met sleutel in het contact – te laten staan. Er zal geen hond met het ding wegrijden, maar het idee is vreemd. Dus maak ik een HD-foto van de auto met ook de nummerplaat in beeld omdat ik het kenteken steeds vergeet en zoek met Google naar een afsleepbedrijf. Het telefoonnummer kun je meteen aantippen en 7 seconden later heb ik die mannen aan de lijn. “Nee meneer, als u er niet bij bent kunnen we de auto niet afslepen.” Maar als ik jullie dan het kenteken mail? “Dat kan inderdaad wel. Doet u dat maar, dan slepen we hem binnen een kwartiertje weg.” Dus maak ik ook een foto van de papieren en mail het naar de garage. Na een telefoontje met the backoffice in Maastricht ben ik helemaal gerust, zij regelen de afwikkeling verder. En dat komt goed uit, want daar stopt een Mercedes pal naast me. En terwijl ik de chauffeur uitleg waar ik heen wil, bel ik mijn afspraak even dat ik een kleine vertraging heb van 10 minuten. Dat blijken er bij aankomst slechts vijf te zijn. Zoiets doe je dus allemaal met een vlot telefoontoestel. En dan hebben we het slechts over bellen en internetten. Maar wie had dit apparaat 20 jaar geleden kunnen bedenken, toen vennoot Nico en ik onze eerste stappen zetten als ondernemer in de filmbranche. We hebben enorm gezeuld met zware recorders en videocamera’s die in de verste verte niet konden vastleggen wat dit platte ding zomaar als nevenactiviteit presteert. Het is bovendien onvoorstelbaar dat je met één druk op de knop je verse HD-opname op het wereldplatform YouTube zet. Dat duurt nog geen 30 seconden. Combineer dat filmpje met een enkele tweet (via Twitter) en de snelheid van het nieuwsbeeld passeert alle andere kanalen. Wat dat betekent? Dat betekent dat de Poema nog niet in het Limburgse struikgewas is verdwenen, of een bioloog in Minesota laat weten dat het toch echt een Maine Coon moet zijn. De oplichters zijn nog niet goed en wel de straat uit gereden of het tankstation heeft hun bewegend signalement al gepost. Violist Rieu staat nog maar net duizelend overeind na een val van het Vrijthofpodium, of hij is Breaking News in van New Jersey tot Seattle. We zijn als gebruiker nog wat schoorvoetend in de toepassing misschien, maar deze kant gaat het absoluut uit. We zijn vanaf nu volledig verbonden, online, met de hele wereld. Elke minuut. (Met die Saab is het trouwens niet meer goed gekomen).

Twitter
Linkedin

Nu of Nooit

Op een dag moeten er onbegrensde hoeveelheden data door onze provincie kunnen stromen. Maar technisch zijn we daar totaal nog niet klaar voor. Is zo’n reuzensprong voorwaarts op korte termijn haalbaar?

Als je een nieuwe flatscreen TV je huiskamer binnen draagt, heb je behoefte aan een complex HD-signaal. Op datzelfde moment glijdt er bij velen een iPhone of Android telefoon in de broekzak die ook HD video en foto’s genereert. Dat alles delen we met iedereen en gaat naar het stuwmeer van YouTube. Het aantal kijkminuten per dag neemt hand over hand toe. Daarnaast heeft spoedig geen mens meer de discipline om braaf een muziekprogramma af te wachten op momenten dat het L1 uitkomt. De Maastrichtse carnavalshit 2009 is door liefhebbers 750.000 keer gedownload. Dat lijkt veel maar het wordt nog veel erger. Als we spoedig massaal al onze computerdata opslaan in een cloud – extern geheugen elders – dan hebben we het over een waanzinnige massa dataverkeer, elke dag. Die continue datastromen zijn al begonnen in de muziek en zullen in een paar jaar tijd in alle andere omgevingen hun intrede maken. Intussen komen er aldoor heel geavanceerde programma’s en games bij, die nog meer beslag zullen leggen op de digitale snelweg. Kort en goed: het dataverkeer neemt op alle denkbare terreinen exponentieel toe.
Het lastige is dat er bijna niemand meer overzicht kan bewaren, noch de autoriteit heeft om de ontwikkelingen geloofwaardig te kwantificeren. En de kabelaars zelf zullen het probleem zo lang mogelijk ontkennen en een oplossing frustreren, omdat zij niet willen dat de aanleg van een Next Generation Network (NGN) de bestaande infrastructuur waardeloos maakt.
Gedeputeerde van de Provincie Limburg Jos Hessels (1965) heeft vorig jaar al de 100 miljoen euro begroot die vrijkwamen bij de verkoop van aandelen Essent. En als het hem lukt om bij de verantwoordelijke overheden de urgentie voelbaar te maken, dan is er een kans dat Limburg haar digitale voorsprong neemt. Maar dan mogen we geen politieke discussies laten ontstaan en zullen we ook de juridische procedures van de marktpartijen moeten indammen. De democratie is geen ideale voedingsbodem voor dit soort trage en complexe processen. Maar het achterliggende doel is wel een goed streven: zo goedkoop mogelijk internet voor iedereen en een vrije keuze uit het aanbod. Voor de overheid zelf krijgt een open en democratisch internet voorrang op de rentabiliteit.
In Amsterdam deed men er 7 jaar over alvorens de spade in de grond ging. En dat ging niet eens om een integraal glasvezelnetwerk. Ambtenaar Dirk van de Woude kreeg daar dan ook een prijs voor. Als die slag in overtuiging voor Limburg zo lang gaat duren, kun je verwachten dat ruim voor die tijd de Haagse crisismachinerie deze reservering zal confisqueren. En dan gaat het niet door. Met mij zijn heel wat professionals ervan overtuigd dat we samen heel snel op de trom moeten slaan om een NGN erdoor te krijgen.