Van Heineken naar Gulpener

De snelheid waarmee internet onze wereld verandert, maakt bijna ongerust. Maar omdat de VS zo’n twee jaar voor ligt in die ontwikkeling, kun je daar al zien waar het ook in Nederland naar toe zal gaan.

Ze zijn bijna uitgestorven, de mensen die op recepties trots vertellen dat ze nergens op het web te vinden zijn. Iedereen voelt aan dat je jezelf daarmee nogal buiten spel zet. En aansluitend volgt dan de discussie over privacy, die de web-ontwijkers de legitimatie verschaft om uit beeld te blijven. Het zijn de laatste excuses in een samenleving die dramatisch verandert.
Marketingmensen publiceren over gehaaide toepassingen van Social Media, alsof het een ‘gereedschap’ is in het rijtje: advertenties, commercials of direct mail. Maar het fenomeen ‘Social Media’ is fundamenteel anders. Het opent communicatie in alle richtingen, met de lichtsnelheid. Het verbindt kopers, werknemers, slachtoffers, liefhebbers en kiezers. Het maakt zichtbaar wat altijd verborgen bleef, het genereert statistieken van (wan-)prestaties. Er is geen ontkomen meer aan voor elke sector, elke politieke beweging, elke ondernemer, elke overheid. Ondanks deze fundamentele kanteling van onze wereld, blijven reclamemensen en marketeers hun oude trucs decoreren met nieuwe begrippen. Dat kun je ze ook niet kwalijk nemen want onze collectieve mindset is niet zo flexibel. Die verschuift niet in een paar maanden, maar neemt daar minimaal een generatie de tijd voor. Om welke as in ons hoofd draait die hele omwenteling dan? Gaat het om diepgewortelde kernwaarden? Ja, ik denk het wel.
Een eeuw geleden ging alles nog om ‘status’, de laatste decennia is ons Leitmotief verder uitgehold naar ‘inkomen’. En nu constateren we stilaan dat grof geld verdienen altijd ten koste gaat van welzijn. Wie buitensporig winst maakt, vervuilt de wereld, legt beslag op grondstoffen, maakt anderen straatarm, frustreert nieuw initiatief, verschraalt de sociale verhoudingen. Een gezond bedrijf was altijd ‘een winstgevend bedrijf’. Maar tegenwoordig is je bedrijf gezond als je maatschappelijk bijdraagt aan duurzaamheid, investeert in innovatie en goed zorgt voor personeel en klanten. Sociale media jagen dit proces enorm aan. Consumenten wenden zich af van verkwistende bedrijven naar een vriendelijker, eerlijker alternatief. Van Microsoft naar Apple. Van Hummer naar Ford U, van papier naar PDF, Van Heineken naar Gulpener, van BP naar NS, van C1000 naar Biologisch.
In 2008 werd in Amerika Carrotmob opgericht. Een internet-community die bedrijven aanmoedigt om duurzaam te investeren. De ondernemer die in de voorstellen van Carrotmob meegaat, krijgt er een sympathieke klantenkring voor terug. Het initiatief is inmiddels ook naar Europa overgewaaid met een heel actieve agenda en zal geleidelijk aan schaalgrootte winnen.
Stilaan komen er meer visionairs die op een duurzame manier een bestaande markt binnenstappen. In elk segment zullen bedrijven opstaan die hun gevestigde collega’s doen verbleken. Ook in onze regio gebeurt dat. En dan bedoel ik niet alleen designers die handig zijn met restmaterialen. Nee, ook C2C-aannemers, accountants met microkredieten, schoonmaakbedrijven met bio-middelen, papierloze advocaten met maatschappelijk advies, koffiehuizen met eerlijke bonen, plantsoendiensten zonder gif en verhuisbedrijven op zonne-energie. We gaan het allemaal meemaken en dat is maar goed ook.

Kooi van Hitte

En dan spoelt een stortbui alles weg. Oranje slingers en vlaggen, dorre bladeren die de droogte niet hebben overleefd, het stof van de straat dat een klamme geur nalaat. En zo ook het laatste beetje lentegevoel.

Het is een dag waarvan je niets verwachten mag. Want de zon is na de wolkbreuk meteen terug en we zitten opnieuw gevangen in een kooi van vochtige hitte. Waren een paar weken geleden de terrassen nog overvol met stralende combinaties, halfbruine benen en stijlvolle accessoires, inmiddels heeft men ook daar genoeg van. In winkelstraten gaan vandaag sandalen en korte broeken, als het geen vliesdunne jurkjes zijn. Loom sjokt men van winkel naar winkel, van airco naar airco. Niet alleen ons nationale elftal, maar de hele natie is ingezakt. Ook in mijn kantoor is de lucht te warm om te bewegen. Het gezoem van de ventilator gonst als een onophoudelijke oorsuizing en kleurt alles koortsig. Toch was het vorig jaar in Hongkong precies zo. In een van de meest productieve steden van de wereld zag je niemand klagen. Er werd gewoon doorgewerkt op de bamboe steigers, buschauffeurs in korte mouwen reden af en aan, marktventers stonden in de gloeiende zon hun vis te snijden en elke scholier droeg een uniform. Laat ik daar de les uit leren ook gewoon door te gaan met de planning van de dag. En zoals zo vaak bekijk ik ook deze middag een van de 700 lezingen op TED.com. Aan het woord is sir Ken Robinson die in ongewoon heldere bewoordingen aangeeft hoe onderwijs fundamenteel beter kan.
Hij stelt dat het onderwijs geen evolutie maar een revolutie nodig heeft. Van gestandaardiseerde scholen naar persoonlijk onderwijs. Van de oude industriële studiefabrieken naar een vorm van onderwijs die nog het meest wegheeft van tuinieren. Remmingen opheffen, kansen scheppen, voeding bieden aan individuen. Professor Robinson heeft via zijn beide spreekbeurten bij TED miljoenen mensen weten te inspireren met zijn messcherpe uitspraken over de transformatie die wereldwijd in het onderwijs nodig is. Nederland heeft daar inmiddels – al is dat fragmentarisch en op veel te kleine schaal – al iets aan gedaan. Je mag hopen dat een volgende Minister van Onderwijs de nieuwe denkbeelden onderkent en ruimte schept door de wetgeving te versoepelen. Ook ik help het woord van Robinson verspreiden en hoop dat een toenemend aantal ouders beseft dat hun kind veel beter af is met onderwijs dat stimuleert en prikkelt.
Om mezelf in de warmte van de dag niet te laten indutten drink ik Marokkaanse mint-thee, al is die niet helemaal volgens de officiële rituelen gemaakt. Wat ik wel uit het ritueel met plezier overneem is het inschenken vanaf grote hoogte, waardoor de geur van verse mint uit eigen tuin vrij baan krijgt en de kokende thee smakelijk neerklotst in mijn laatste overgebleven Marokkaanse glas met vergulde rand. Je hebt geen idee hoe goed deze mierzoete drank past bij de hitte van deze dag.

Dieselen

Het gaat om een lantaarnpaal. Hij staat op een onooglijke plek onder een viaduct over de A2. Je loopt je rot om er te komen en als je er bent, wil je daar zo snel mogelijk weer weg. Meestal is het nog zo vroeg in de morgen, dat ik behalve de vogels alleen mezelf hoor.

Ik adem drie passen in en twee weer uit. En laveer over wegdek en trottoirs om vluchtheuvels en vuilniszakken te ontwijken. De route is saai maar in elk geval vlak. Ik passeer milieuperrons, premiewoningen, een autowasstraat, drie viaducten, wat hondenpoepveldjes en openbare grasvlaktes. Langs die route ken ik inmiddels elke kuil in het trottoir, de Labrador op nummer 37, het openstaande hekje van het studentenhuis, de geur van autozeep en bloeiende liguster en de verstopte putten bij regenweer. Als het tegen zit gaat het tempo omlaag, tussen joggen en sjokken. En als het mee zit dan wordt het dieselen. Dat is het leukst, omdat dieselen het gevoel geeft dat je het lichaam zo ver hebt gekregen dat je wel door zou kunnen rennen naar Luik en terug, hetgeen ik overigens nog nooit heb geprobeerd. Nee, mijn bestemming is die ene lantaarnpaal, die daar zo troosteloos op me wacht. Omdat in het bestaan van zo’n paal – die ook nog eens op de lulligst denkbare plek is neergezet – de steeds terugkerende bezoeker een hoogtepunt van de week moet zijn. Wat zeg ik, elke twee dagen. Want dat is het ideale patroon: om de dag diezelfde vijf kilometer. Te weinig om reservevet mee te verbranden en genoeg om je conditie mee te pimpen. Vrijwel iedereen – ook ik – weegt een kilo of acht te veel als gevolg van beroerde voeding en slechte gewoonten. Ook die moeten dus elke keer mee; wat doe je jezelf aan, vraag ik me wel eens af. Maar de magie van het rennen is de cadans. Het haar op je hoofd dat in natte strengen meedreunt in elke stap. De respiratie die na een tijd volstaat, zonder het gevoel van ademnood. En dan de speldenprikjes van ongekende poriën die noodgedwongen open gaan. Als je eenmaal op koers bent, kun je aan de slag met corrigeren. De buikspieren een beetje meer aanspannen, waardoor je zweefmoment wat langer duurt. Iets nadrukkelijker die voetafwikkeling, zodat de stap een beetje groter wordt. Nog wat meer rechtop, om efficiënter te bewegen. Zo coach je je lichaam naar de zege, die bestaat uit het gevoel van controle. Je hebt de locomotief zo ver gekregen dat ze dieselt. En of nu de juffrouw met de vuilniszakken je meewarig nablikt, de poes achter het raam stoïcijns wegkijkt, de beloning is groot. Thuis beleef ik de napret van het rekken. Het zuur in de kuiten wring ik in statische secondes uit het weefsel. En bij het opspannen van de bovenbenen trekt een masochistische pijn door het lijf.
Maar vandaag zat het tegen. De verkeersdrempels en geparkeerde auto’s trokken maar langzaam voorbij. De warmte van de afgelopen tijd heeft de zuurstof uit de lucht gehaald, lijkt wel. En eenmaal klef en klam bij deze luchtvochtigheid, ben je daar nog niet zo snel vanaf. Maar overmorgen gaan we weer. Want als ik om zes uur ontwaak, denk ik aan die desolate straatlantaarn. Daar moet ik zijn, die kan ik daar vandaag niet zomaar laten staan. Dat heb ik beloofd, geen idee aan wie. Maar het is onontkoombaar.