Bont en Blauw


Ongemerkt verloor ik mijn portemonnee in een Amsterdamse bus, vlakbij het Centraal Station. En stel je voor hoe ik met 5 tassen ben uitgestapt en meteen daarna languit donderde, omwille van een onopgemerkte rolstoelafrit van een hoog trottoir. Een Japanner helpt me overeind terwijl een lokale nozem wat staat te lachen.

Het kan allemaal in Amsterdam, waar zo langzaamaan heel wat van mijn familieleden hun domicilie hebben gevonden. En omdat mijn zus verjaart ben ik op weg naar Oostzaan. Daar liggen de woningen op palen aan de sloot waar we die middag gaan varen door Natuurgebied het Twiske. Ze heeft via een vriend beslag kunnen leggen op een hele vloot motorbootjes en zal ons trakteren op een picknick aan de oever, zo is het plan. Maar de wet van Murphy slaat toe op deze zondag de 6e juni. Ik ontdek – inmiddels bont en blauw – dat mijn portemonnee inclusief rijbewijs, creditcards etc. verdwenen is en meteen betrekt de lucht. Dat wordt regen vanmiddag, dat kun je zo zien. Mijn dochter is nog bleek van mijn landingsactie en controleert mijn colbert op winkelhaken. Ik ben inderdaad nog nooit eerder zo languit gegaan. Het moet een domme aanblik zijn geweest. Dus geef ik flink af op dat truttige straatmeubilair waarin onze hoofdstad zo uitmunt. Hoeveel arme kerels zijn al niet gebotst tegen dat leger van Amsterdammertjes, dat op kruishoogte staat te wachten op pijnlijke aanvaringen? Welke gek bedenkt hoe fietsers en toeristen door elkaar moeten weven om van tramstation naar trottoir te komen? Er is geen stoeptegel of er staat een kakkende hond op afgebeeld. En de sadist die zulke rolstoelafritten verzint heeft maar één doel: ‘heel Amsterdam in de rolstoel’. En zo tier ik maar door tot groot vermaak van een zwijgzame dochter die vanaf nu de tassen met cadeaus draagt. Anders breken de Delfts blauwe mokken en rollen de Afrikaanse Bruisballen nog in een plas.
Net als we een uur later te water willen, stopt de regen. De poncho’s en fietspakken kunnen weer uit. En in colonne varen we door een van de fraaiste Hollandse clichés die er bestaan: de polder. Geitjes mekkeren ons toe vanaf de oever, waar de gele Lisdodde staat te bloeien alsof ze – van plastic – door Randstad Branding in de grond zijn gestoken. Alweer een waterhoentje met kuikentjes en daar twee zwanen. Het wordt een ongekend oud-Hollandse middag en we reizen uren later weer voldaan en met geleend geld weer naar huis. Waar een mailtje op me wacht: “Ik heb wat van jou gevonden, uw rijbewijs, pasjes, enz… zij zijn in goede en veilige handjes beland, u hoeft hierop geen zorg te maken. De groeten, Mimoun” Het blijkt van een Marokkaanse meneer die een dag later zijn vindersloon weigert uit handen van mijn dochter die de portemonnee ophaalt. Hij heeft alleen nog de vraag: “Misschien wilt u bij de verkiezingen ook aan de Marokkaanse Nederlanders denken en daarom op iemand anders stemmen dan meneer Wilders, want die maakt het ons wel erg lastig.” Welnu, als ik zonder struikelpartijen het stemlokaal haal, zal ik daar met plezier rekening mee houden.

Een gedachte over “Bont en Blauw

  1. En zo kwam alles toch weer goed … mooi verhaal! Ik hoop dat je blauwe plekken al wat wegtrekken en je morgen vrolijk kunt gaan stemmen.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s