Silo’s vol Vrijheid

Op de eerste zonnige lentedag heb ik een rondleiding door de duistere hallen en catacomben van het Maastrichtse artistieke vrijplaats van 17 bewoners, die zich daar hebben losgemaakt van de conventies van deze tijd.

Ik verwachtte een aroma van boterzuur, schimmel en stof. Vanwege een gebrek aan schoonmaak en organisatie. Maar niets van dit alles in het Landbouwbelang. De bewoners hebben het goed voor mekaar en combineren oorspronkelijkheid met beleid.
Ik heb vaak met camera’s op industriële sites gewerkt om productieprocessen te visualiseren. Dan herken je onmiddellijk het functionele bouwplan rond de machines en opslagruimten. Het gebouw LBB was ooit de Maastrichtse graanschuur en bevat nog steeds een batterij – lege – silo’s en hun verlaadpunten. De huidige bewoners hebben de ziel van de site gehandhaafd op enkele struikelblokken na. Deze rondleiding ben ik dankbare getuige van een kleurrijke vrijstaat waarin een positieve balans heerst tussen vrijheid en orde. Jawel, woon- en werkplaatsen zijn er inderdaad volop. Maar de groep heeft dat aangevuld met een poppodium, expositiehal, veganistisch restaurant, café, torenkamer, dakterras, opslagkelders, en nog zo’n tiental functionele bestemmingen. De allergrootste ruimte is als een ‘747 hangar’ en daar huist slechts de toiletpot. ‘Vanwege de galmende akoestiek konden we niets anders bedenken.’ Die alledaagse beleving krijgt hier dus nieuwe dimensies. Het begrip ‘bed’ varieert overigens van een platform van 3 x 3 meter tot hangmat. En met het woord ‘atelier’ kun je hier echt alle kanten uit. Bijzonder is de geluidstudio, die door een willekeurige structuur van timmerhout in een stille grot is veranderd. De enige tegenvaller was de sauna: precies als alle andere sauna’s.
Het restaurant ‘Kometen’ is alle maandagen geopend en biedt een Veganistische keuken. Voor enkele euro’s eet je er smakelijker dan je ooit had kunnen denken. Geld speelt nauwelijks een rol in de gemeenschap. Men koopt collectief voorraden biologische voeding in en verder zijn er amper kosten. De houtkachels zijn zelfgemaakt uit industriële buizen en er wordt gestookt met afgedankte pallets.
De leefwijze van het LBB collectief is wellicht niet voor iedereen geschikt. Je zult iets met muziek moeten hebben en aanvaarden dat je privacy ook wel beperkingen kent. De groep neemt alle belangrijke besluiten collectief, zonder leider. De leeftijd van de leden varieert tussen de 21 en 78 jaar. Alles wordt gedeeld en ‘geven’ vormt het beginsel. Het behelpen met een generator, afvalhout, afgedankte spullen maakt wel inventief. En waarschijnlijk is het juist dit ongebonden denken, dat de kunstenaars van het LBB “vrijheid” noemen. Hun mindset is losgeraakt van de dingen die ons in het gareel houden. En dat stemt tot bezinning.

Gelogen of niet

Ik had me er op verheugd, de lezing van Geert Hommes. Op Google biedt zijn naam 70 verwijzingen naar publicaties over non-verbale communicatie. Dus moet zijn verhaal iets brengen wat mensen verwondert.

We hebben met de hele natie ademloos gekeken naar de mimiek, blikken en gezwegen momenten van Joran, die al rijdend in die SUV vol camera’s de ene verklaring na de andere aflegde. Maar er nooit bij vertelde wat nu echt waar was. Om dat oordeel aan Peter de Vries over te laten, lijkt me niet handig. En of Geert Hommes ons verder kan helpen, is de vraag.
In zijn betoog over het doorgronden van ‘sollicitatiegesprekken’ verdeelt hij de mensheid gemakshalve in drie groepen: rationele, emotionele en intuïtieve mensen. Rationele mensen – zoals oud minister Ben Bot – doen lang over een besluit, maar zijn standvastig en betrouwbaar. Dat kun je zien aan hun gezicht: weinig emotionele trekken en bewegingen. Dat gaat heel anders met emotionele mensen: hun gezicht is expressief en heeft het dus maar druk met het trekken van plooien en bulten. Emotionele mensen gelden volgens Hommes als snel overtuigend maar onbetrouwbaar op langere termijn. De intuïtieven zijn het minst grijpbaar. Balkenende zou volmaakt tot deze categorie behoren. Het type kenmerkt zich door conflictvermijding en uitstel van besluit. En dat zie je blijkbaar aan hun pruillipje en babyvet in het gezicht. Bij sollicitatiegesprekken, zo is Hommes’ aanbeveling, kun je maar beter rekening met die karakters houden. Het nuanceert de verwachtingen een beetje.
En dan is er nog de ontmaskering van de leugen: Knippert iemand na zijn statement nadrukkelijk met de ogen, dan is dat een ontladende reflex van een ongewone inspanning, die op een leugen kan wijzen. Want liegen kost extra energie. Doet die persoon dat bij twee of drie controlevragen opnieuw dan neem er maar vergif op in, zo is de theorie. Het klinkt mij als een simpele hypothese in de oren. Eerst de hele mensheid terugbrengen tot drie soorten, dat gaat al tegen mijn besef van diversiteit. En dan ook nog eens alleen maar naar de oogleden blijven staren om de leugen te ontmaskeren? Dat Barry Goodfield die behalve een eigen TV-show ook zijn eigen instituut oprichtte hier hoge kijkcijfers mee haalt, kan ik me voorstellen. Maar hoe is het denkbaar dat zo’n simpele en zichtbare reflex in de afgelopen 2000 jaar nooit iemand is opgevallen?
Niets zo fascinerend als non-verbale communicatie, maar deze lezing op de dinsdagavond hoorde niet thuis in een studiekring maar op de politieschool. Daar houden ze van de zwart-wit aanpak (ofschoon ik nog steeds geen verbaal heb, trouwens). Misschien deugde slechts de titel van de lezing niet, want in mijn beleving gaat “non-verbale communicatie” over de waarneming van top tot teen, inclusief motoriek, kleding, huid, tempo, stem en geur. En daar zou ik wel eens wat deskundigen over willen ondervragen.

Helaasheid

En dan zie ik alsnog die film, die de treurnis van België zo expliciet voelbaar maakt. Op de onzichtbare scheidslijn van realiteit en fictie, kijken we gefascineerd mee in de hilarische, intrieste levens van een handjevol losers. Maar deze film doet nog iets meer.

Haar première in het filmhuis had ik gemist, maar ze is nu op DVD. “De Helaasheid der Dingen” is een universeel thema en geloofwaardig gesitueerd in de streek van Aalst, België. Daar liggen dorpjes als Hekelgem, Smetlede en Bavegem. Ik ben echt op zoek gegaan in Google Maps naar Reetveerdegem, maar het plaatsje bestaat niet. De jonge Gunther (13) groeit op tussen zijn ooms en vader, die na mislukte levens weer bij hun moeder – zijn oma – zijn ingetrokken. Maar Gunther zoekt stilaan een weg om te ontsnappen aan dit lot van alcohol, gokken en geweld.
Wat de film extra bijzonder maakt is het sociaal maatschappelijke decor. Nog aannemelijker dan “Trainspotting” en nog grappiger dan “Bienvenue chez les Chi’tis”. We zien het België dat we al zo expliciet hebben leren kennen uit de TV-serie Jambers. Het België dat zoveel dichter bij Amerika staat dan ons overgecultiveerde Nederland. Je voelt in elke scene de ongeorganiseerde chaos die ook voelbaar is in veel Amerikaanse films. Het verwijst naar een vrijheid waarmee niets zinnigs is gedaan, diezelfde willekeurig geplaatste caravans uit “No country for old men”, dezelfde infantiele volwassenen die zichzelf drogeren met drank en TV. De straffeloosheid uit talloze geweldsfilms, het straatbeeld met geïmproviseerde telefoondraden en de eenzaamheid van cafégangers en verwaarloosde kinderen. Het kan allemaal bestaan in Vlaanderen. Het vormt een fascinerend decor achter de ontsnappingsstrijd van de jonge hoofdpersoon Gunther, uit een verhaal van Dimitri Verhulst.
Deze film van Felix van Groeningen werd begin dit jaar door België ingezonden voor de beste Buitenlandse Film voor de 82e Academy Awards. Maar ze heeft die titel helaas niet mogen halen. Misschien is het verhaal voor de Amerikanen niet exotisch genoeg geweest. En heeft men daarom de Oscar gegeven aan de Spaans-Argentijnse film “El Secreto de Sus Ojos”. Neem eens een avond vrij voor ‘de Helaasheid’ en dank me voor de tip, die ik meteen doorgeef aan degene die mij die DVD in handen stopte.