Halt. Politie.

In mijn ooghoek zie ik de politiewagen schuin achter me rijden, terwijl ik stevig doortrap op mijn fiets. Het is twee uur in de nacht en het kruispunt aan de Wilhelminasingel is uitgestorven. Ik besef dat het een regelrechte provocatie is, maar besluit gewoon door het rood te fietsen. Want hier nu stoppen is regelrechte onzin.

Achter me hoor ik de banden van de politiewagen schuren over het wegdek, alsof men de jacht op een crimineel heeft ingezet. Ik heb in elk geval niets gedronken, mijn licht functioneert. En het duurt inderdaad maar enkele seconden voor de wagen naast me stopt en een blonde juffrouw in uniform aan het venstertje me met gespeelde kwaadheid vraagt of rood licht voor mij niet geldt. Jawel, ook voor mij, beaam ik meteen. Al moet u toch toegeven dat het een volstrekt verlaten plein is nu. Kunt u zich legitimeren? Mijn hand tast naar de beurs met daarin het rijbewijs in mij binnenzak, maar die ligt nog op mijn werktafel. Na het sms-je van mijn dochter ben ik iets te snel in het colbert geschoten en heb de beurs op tafel laten liggen. Nee, niet bij me. De stemming daalt en ook de chauffeur bemoeit zich nu met de wetteloze arrestant in pak op sportfiets, die er gehaast uit ziet. Waar ik naar op weg ben? Als u het goed vindt bel ik eerst even mijn dochter, ze heeft me gevraagd haar op te halen. Dus staat ze nu op de Markt op me te wachten en ik wil graag dat ze veilig thuis komt op dit uur. Want er is op vrijdagavond een hoop dronken volk op stap en ik vind dat geen omgeving voor een meisje van 18. De setting vervreemdt, nu de twee in de gaten hebben dat ze met het oplossen van het ene probleem een ander probleem op gang brengen. Ik geef u toch een bon. Belt u maar met uw dochter, ik schrijf alvast. Ik roep af en toe een stukje postcode, mijn adres en krijg mijn dochter niet aan de lijn. Haar voicemail springt meteen aan. En waarheen gaat u daarna? Naar huis natuurlijk, zeg ik naar het openstaande portierraampje. We sturen het verbaal wel op, rijdt u maar verder. Op volle snelheid fiets ik de Wilhelminabrug op en herinner me dat ik zeventien jaar geleden ook werd aangehouden. De roestige VW Golf die ik toen als tweede auto had overgenomen werd op een natte winterdag door een motoragent naar de vluchtstrook van de autobaan verwezen. Ik bleek de APK keuring nog niet te hebben geregeld. Bovendien vond hij de banden absoluut te kaal. Die agent informeerde ook – zo goed als onverstaanbaar van achter de natgeregende klep van zijn helm – naar al mijn adresgegevens en schreef een bon uit. Ik stond daar toen precies zo, lijdzaam in pak zonder te protesteren. Liet me maar gewoon nat regenen, toen hij nog een keer om de auto heen liep. Op de achterbank zag hij de twee lege babystoeltjes vastgesnoerd, met daartussen een immens pak Pampers en een tas van de Aldi. Zijn beeld van een sjacherende rommelaar in oude auto’s veranderde wellicht in dat van een overbelaste, werkende tweelingvader met torenhoge gezinskosten. Hij moet de doorslag van het verbaal een paar kilometer verderop in de berm hebben gegooid want die bekeuring heb ik nooit ontvangen. Ik ben benieuwd wat die twee van gisteravond ermee doen. Mijn dochter krijgt volgende keer in elk geval geld mee voor een taxi.

Talenten College

Als je me vraagt, heb je vroeger op de middelbare school ooit kippenvel beleefd omwille van de lesstof, dan moet ik té lang nadenken. Wat me bijstaat is de saaiheid. En aansluitend praat ik mijn eigen dochters – tegen beter weten in – weer op de fiets om naar school te gaan.

Wat ik zelf toen leuk vond? Verhaaltjes opnemen met een oude filmcamera. Of bewegende tekeningetjes maken op de rand van een boek. Een parachute plakken uit een boterhammenzakje. Rookbommetjes uit suiker en kunstmest. Vakantiewerk in de kroeg. Muziek uit een ontstemde piano. Brommers openschroeven. En verder… zat ik op school, te wachten tot ik weer verder kon. Ook nu brengen zowel docenten als leerlingen zeeën van tijd door in saaie klaslokalen. En als ik de jongeren moet geloven, komt daar weinig bezieling aan te pas. Is dat hele schoolconcept niet compleet uitgewerkt? Het is echt hoogste tijd om iets beters te verzinnen.
In mijn eigentijds leermodel – een school die er al lang had moeten zijn, maar dan wel “Broedplaats de Disco” heet, in plaats van St. Martinuscollege – zitten alle leeftijden tussen 10 tot 18 jaar door elkaar. Ze zitten daar niet om de racebaan naar een doctorale titel te doorlopen, maar om hun talenten te verkennen.
Eenmaal in mijn imaginaire school zijn er grote en kleine klassen en neem je beurtelings deel aan alle activiteiten. Net als in de psychiatrie maak je individuele overeenkomsten met de leiding. Alle lokalen hebben een eigen naam en hun begeleider biedt een prikkelend thema: “The origin of species” of “Explosions” of “hoe word ik minister?”.
Zulke coaches staan daar omwille van hun professionele CV. Want – zo is dan de regeling – als je een jaar les geeft aan zo’n school en door pupillen en collega’s als ‘succesvol’ wordt beoordeeld, kun je met die kwalificatie in heel wat organisaties meteen aan de slag. Er is immers een groot gebrek aan stimulerende medewerkers. Ligt het coachen jou niet, dan zal het niet lang duren. Het zijn dus de docenten die de diploma’s halen hier, niet de leerlingen.
Het grootste lokaal heet “de Feestzaal” en daar werkt een grote groep aan zelf gekozen thema’s. Iets wat ze op het einde van de week, tijdens de vrijdagshow gereed moeten hebben. Want dan zit daar natuurlijk de hele wijk te kijken naar hun prestaties. In een kleiner lokaaltje dat ze dit jaar “Puzzel” hebben genoemd, vind je een groepje onderzoekertjes, die zojuist – met wat hulp – hebben ontdekt dat er een periodiek systeem bestaat. De adrenaline ruist door de groep en minstens één van hen zal ooit nog furore maken bij DSM. In het Wii-lokaal geurt het eerder naar transpiratie, want daar zie je ook de minst sportieve leerlingen opgewonden deelnemen aan de laatste versie van Mario Bros. En dat gaat hun nog goed af ook natuurlijk.
In “Cantina” komt een groepje leerlingen terug die net een wandelcollege hebben gevolgd. Over de relatie tussen natuur en voeding. Ze hebben onderweg de smaak van 4 soorten appels vergeleken en gaan nu leren ‘wecken’. In mijn school-concept wordt dus geproefd, gekookt, getekend, gelezen, geknutseld, gepraat, gesport en gepresenteerd. Het luisteren naar de monoloog van iemand die het allemaal weet is een zeldzaamheid. Mocht je dat toch graag willen, luister dan eens naar Ken Robinson. Die heeft een gezonde visie op onderwijs. Je kunt voorspellen dat er particuliere scholen komen die hier een antwoord op gaan bieden. Want als we in het onderwijs geen vernieuwingsslag maken, zullen ook de problemen van deze wereld niet worden aangepakt. De kloof tussen willen (jeugd) en kunnen (volwassenen) is al veel te groot.