De aanblik te erg

Vanmorgen ben ik dan toch maar eens door Detroit gereden. De grootste Krimpstad van de Westerse wereld. Ik heb mezelf geparachuteerd in de zomergroene woonwijken van Google Maps Streetview en heb me links en rechts vergaapt aan de leegstand. Inderdaad dramatisch.

Het Krimp-symposium dat Odile Wolfs had opgezet om de spelers in Limburg weer eens bij elkaar te brengen, kreeg een gepaste sfeer toen meteen de stroom uitviel. Ondanks de nervositeit bij Tefaf bezoekers en security officers, bleef het in de symposiumkelders kalm. In een zaaltje met één noodlampje kan het immers ook. Twee kunstenaars van het Utrechtse Expodium hielden een gezwollen betoog over de relatie tussen Kunst en Krimp. Via wat plaatjes op hun laptop namen ze ons mee naar het station van Detroit. De aanblik van dat vervallen gebouw illustreert de uitzichtloosheid van die stad. Het aantal inwoners van Detroit is in de afgelopen 60 jaar gehalveerd, van 1.8 miljoen naar 920.000 inwoners. En omdat er niemand de moeite heeft genomen om het overschot aan huizen en bedrijfsgebouwen op te ruimen, zijn er complete spookwijken ontstaan. Spreker Bart Witte geeft ons enkele voorzichtige voorbeelden van artistieke ingrepen in die verlaten suburbs. Zoals het knaloranje schilderen of het doorzagen van de krotten. Maar de heren van Expodium verleggen vlot de aandacht naar de spontane moestuinontwikkeling in Detroit, hetgeen op zichzelf niet veel met kunst te maken heeft. In hoeverre kunst iets oplost, blijft vaag. Het lijkt wel alsof Bart Witte met zijn ‘out-of-the-box denken’ met veel rumoer in een andere box is gesprongen waaruit het moeilijk ontsnappen is. We zien wel aardige pogingen om het zelfrespect in dergelijke krimpsteden enigszins te bemoedigen. Maar een forse stedelijke herinrichting is natuurlijk onafwendbaar. Want de aanblik van massale leegloop is te erg. Mijn virtuele rondritje van Hazlett Avenue naar Spokane street getuigt van complete teloorgang. Tussen de bewoonde huizen zie je veel verlaten krotten waarvan buren maar liever het gazon een beetje in toom houden. Is dit het beeld zoals dat Parkstad, Sittard en tenslotte ook Maastricht te wachten staat? Gebiedsontwikkelaar René van den Bergh van Ro Groep komt met bijgestelde bouwambities voor het Belvedère terrein in Maastricht. In het ambitieuze plan uit 2004 is door de financiers fors gesneden. En dat leidt tot grote ontsteltenis bij een kunstenares die opveert uit het publiek. Enkele jaren geleden werd zij gedwongen haar sociaal-ecologische experimenteerwoning te verlaten. Deze lag in het deel van het plan, waarin achteraf helemaal geen activiteit zal plaatsvinden. Ze zegt er geëmotioneerd over: ‘We zullen de krimp, energie- en milieuproblemen die op ons afkomen nooit oplossen met bouwplannen. We moeten de regels veranderen, zodat nieuwe ideeën een kans krijgen.’ Misschien kwam zij deze middag nog wel het dichtst bij het nieuwe denken. Door versoepelde regelgeving kun je initiatieven laten ontstaan die misschien niet helemaal passen in ons klassieke beeld van wonen en werken, maar daarom nog niet minder succesvol hoeven te zijn. Misschien dat we eens studie moeten doen naar het Deense Christiania, het Amsterdamse Ruigoort, De Ravelijn en andere creatieve koloniën en vrijstaten, voordat er in Parkstad de eerste no-go-areas ontstaan. Wat maakt deze bewoners zo geëngageerd hun vrijstaat te willen bevechten? Waarom zijn ze gelukkig in die anarchistische willekeur? Wat gaat er in hun hoofden om? Misschien is het de moeite te doorgronden of ook in onze hoofden het bewustzijn veranderen kan, als het om de waarde van wonen gaat. Waarschijnlijk heeft geluk juist maar heel weinig te maken met nieuwe bouwprojecten en de waarde van onroerend goed.

Krimp en groei

Als ik burgemeester van Heerlen was, dan zou men mij zorgelijk aankijken en zeggen, dat wordt lastig Jean-Paul. Ik ben niet zo geschikt als burgervader. Maar nog erger: dit gebied gaat een afschuwelijke krimp tegemoet. En toch borrelt mijn bloed van enthousiasme. Hoe spannend zo’n crisis, waardoor echt alles mogelijk is.

Terwijl mijn ambtsketting nog niet over de schouders hangt, worden er al 15.000 woningen afgebroken. Die door de beroerde perspectieven zo weinig waard zijn, dat er voor een appel en een ei een groot terrein vrijkomt. Die open plek ligt temidden van de resterende agglomeratie. Alle gezinnen die in Heerlen blijven wonen worden nu beloond met een gratis en hypermoderne ‘Biotuin’ in deze open, groene ruimte. Niet zomaar een volktuintje, met roestig prikkeldraad en wat gebroken stoeptegels. Nee, fraaie langwerpig percelen, met geschakelde serre- en opslagruimten die door een toparchitect zijn vormgegeven. Deze nurseries zijn boordevol zonnecellen en een opvangsysteem voor regenwater. Zo ontstaat in enkele maanden dit City-Biopark, ongetwijfeld het grootste en modernste van heel Europa. Over de vele hectaren zijn verhoogde aan- en afvoerpaden aangelegd, waaronder slimme irrigatie schuilgaat. Elk civieltechnisch tijdschrift schrijft over de innovatieve waterhuishouding. Omdat Heerlen zo vergrijsd is, besluiten we om de percelen afwisselend aan senioren en jonge gezinnen te verdelen. Zodat ervaren deskundigheid en jonge vitaliteit altijd naast elkaar aan het werk zijn en hun kennis delen in de teelt en biologische gewasbescherming. Voor degenen die op academische grondslag verder willen, is er een Gemeentelijke Bio-consulent die gratis adviseert en slim zaaigoed inkoopt. Kranten hebben eindelijk weer iets om over te schrijven en na drie maanden melden zich uit verschillende hoeken van Nederland vegetariërs en vleesverminderaars die in Heerlen willen wonen. Hun kinderen gaan naar de biologische tuinbouwschool, die zojuist haar intrek heeft genomen in een verlaten schoolcomplex. Ook wil er een innovatief composteerbedrijf naast het Biopark aan de slag. Een kleine agro-campus is het gevolg met daarin de FutureFarm van de gepensioneerde Chriet Titulaer. In maand zes begint de zinderende groene productielong de naam ‘Parkstad’ pas écht waar te maken en zie je er voortdurend wandelaars en fietsers recreëren. Maar ook tourbussen vol buitenlanders, die BioPark interessanter vinden dan de Floriade met haar commerciële belangenpartijen. Want dit BioPark is écht… van de Heerlenaar zelf. Het hele gebied is 24 uur per dag veilig uitgelicht en je kunt met webcamera’s de groei van alle gewassen volgen op http://www.bioparkstad.eu. Het project is sluitend C2C en vormgegeven onder supervisie van Wiel Arets. Voor junioren organiseert het Continium de populaire ‘Sperzie-workshops’ en APG sponsort de 100 meter ‘Aardappelpoten’. Restaurants komen met vergeten groenten als Kardoen en Aardpeer op het menu. Alleen al omwille van de soortenrijkdom komt er een subsidie uit Brussel voor deze groeiende genenbank. Albert Heijn verkoopt door de levendige ruilhandel geen enkele knolselderij meer, daarentegen doen het tuingereedschap, blenders, inmaakflessen en rubber laarzen het prima. Aan het einde van het seizoen organiseer ik met mijn wethouders de grote BioParty en laat Stijn Huyts optreden met zijn gelegenheidsband the Broccoli’s, waardoor we twee ton over de begroting schieten. Dat kost me natuurlijk mijn politieke kop en zo revancheert Parkstad zich met het Burgervadereinde van een Maastrichtenaar. Maar geef toe, we hebben toch een heleboel mensen blij gemaakt, goed gevoed en iets geleerd. Ik hoor wel eens dat Heerlen een soort cultuurstad zou willen worden… volgens mij is dit daarbij de snelste route.

Storytelling

Na ruim een jaar lang ‘bloggen’ kunnen we de balans opmaken waartoe zo’n 80 verhalen hebben geleid. Want wat brengt het blog-fenomeen nu al die vlijtige schrijvers, die onbetaald hun ziel uitstorten? Waar leidt het toe, dat ongevraagde Storytelling?

Het leek even een soort Tupperwareparty te worden de workshop ‘Storytelling’ in de Kloosterbibliotheek van Wittem. Suzanne Tesselaar en Annet Scheringa wisselden bij hun voordracht beurtelings van microfoon, om elkaar van aanvulling naar aanvulling te helpen. Door het onhandig gerommel met de laptop van zoonlief, groeide de scepsis bij zo’n 80 communicatiemensen, die wel andere stories gewend zijn. Maar wie dat allemaal voor lief nam, kwam toch tot de essentie van de avond: verhalen hebben draagkracht door hun authentieke en narratieve werking. Want een verhaal dat eenmaal de aandacht vangt, dringt het geheugen binnen waar het zich nestelt in een duurzaam plekje, wachtend op reproductie. Op zichzelf niets nieuws voor iemand die meer dan 20 jaar films schrijft en maakt. Enfin, ik blog nu een jaar en schrijf alleen over dingen die me oprecht interesseren. Ik zal niets promoten uit een achterliggend belang. En het lijkt me zinnig het verhaal extra waarde te geven voor lezers, door verwijzingen en feiten. Wat ik misschien verzuim zijn opvallende illustraties. En wie veel lezers zoekt, blogt vaak en kort. Dat lukt me ook al niet. Ik omarm zelden het grote nieuws. En indien ik er wel door geraakt ben, heb ik een voorkeur voor de ‘achterkant’ in plaats van het uitvergroten van de emoties uit de media. Populaire bloggers doen dat wellicht anders.
En dan zijn er nog wat bevindingen die ik om me heen bespeur: bloggen op puur professionele basis werkt niet. Iets wat ‘bedacht’ is geschreven (en niet gevoeld) zal nooit de ziel van de lezer weten te bereiken, is mijn overtuiging. Geloofwaardigheid vergt engagement. En aangezien op het web geen enkel waarmerk voor echtheid bestaat, zal iedere blogger zélf moeten aantonen met zijn engagement, dat de bijdrage authentiek is.
De dames zijn inmiddels aangeschoven bij groepjes die elkaar onderling op verhaaltjes trakteren. Later in de avond zijn we deelgenoot van de analyse en horen we veelal in warme woorden, hoe gevoelig, onschatbaar en werkzaam de verhalen zijn. Je kunt je met recht de vraag stellen, wat er verder mee te doen. Daar kwamen slechts indicatieve antwoorden op.
Mijn eerste blog vorig jaar – kan ik tot in detail uitlezen – trok 12 lezers en is daarna zo goed als onvindbaar geraakt en mijn laatste blog werd tot nu toe 600 keer bezocht. Je kunt je afvragen wat je daar als blogger nu eigenlijk aan hebt. Bloggen kost tijd maar je beleeft gebeurtenissen intenser als je weet dat je er over schrijven gaat. Je waarneming wordt scherper en je betrokkenheid zichtbaar. Lezers spreken je makkelijker aan en gesprekken krijgen meer diepgang. Het geeft je ook het terugkerende besef dat alles wat je in dit leven doet, niet willekeurig is.
De dames “Storytelling” deden na afloop hun handeltje in gesigneerde boeken en beluisterden nog wat verhalen bij de witte wijn. Want stories kunnen wellicht niet zonder vertellers, maar al helemaal niet zonder toehoorders en lezers. Daarom mijn dank voor alle belangstelling in het afgelopen jaar. En tenslotte mijn belofte dat het nog even doorgaat.