Topspecialist aan de Gameboy

operating-room Je weet niet wat je ziet als je OK10 binnenstapt. Een futuristisch blauw licht en een woud aan complexe apparaten. Dit is Nederlands toplocatie voor lastige ingrepen. Wat we vanavond niet zien, is het team specialisten dat bij deze operaties vereist is. En eenmaal in vol bedrijf galmt uiteraard de weerklank van U2 door deze smetteloze ruimte.

Er is geen reden tot gerustheid als er een slokdarmtumor wordt geconstateerd. In de meeste gevallen ben je al te laat bij de eerste klachten. Maar vandaag zijn we in het hart van het strijdperk tegen deze lastige tumoren. Het is de operatiekamer waarin men alle denkbare technologie beschikbaar heeft die zo’n complexe operatie met zich meebrengt. Vroeger, zo legt Dr. Ewald Bollen van Atrium MC in Heerlen uit, maakte men enorme gaten in het lichaam, om ziek weefsels af te voeren. De ergste operaties waren gericht op ingrepen aan de longen waarbij tussen de ribben door moet worden gewerkt, die bij die gelegenheid met een gruweltang uit elkaar worden gedrukt. Maar inmiddels werkt men meer en meer met de VATS lobectomie. Bij die techniek worden maar een paar kleine sneetjes gemaakt waardoor een tangvormig soort multifunctionele scharen worden gestoken om de tumor te bereiken. Zo ontstaat er bij de patiënt minder schade en bloedverlies en is men soms na twee dagen al weer op de been. Voor de chirurgen van het Atrium Ziekenhuis in Heerlen betekent de nieuwe aanpak nogal wat. Men volgt de werkzaamheden bij de tumor volledig middels monitoren dus is er oefening nodig om de oog-handcoördinatie te trainen. Je moet ongeveer de handigheid hebben van een goede Gameboy speler, wil je een slagaderlijke bloeding tijdig de baas kunnen. Samen met zo’n zestig andere zakelijke sponsoren van het Atrium Ziekenhuis, luister ik geboeid hoe Dr. Meindert Sosef de organisatiegraad van de operaties aan de slokdarm ontvouwt. Inmiddels hebben alle Limburgse ziekenhuizen deze lastige operaties opgegeven en brengen hun patiënten voor de ingreep in Heerlen onder. Daarmee hangt uiteraard een hele ketting aan verantwoordelijkheden en protocollen samen. De statistieken liegen er niet om en het is de toehoorders wel duidelijk dat er zware innovatieve slagen gemaakt zijn in deze teams van topspecialisten. Ze halen hun kennis en vaardigheden uit alle hoeken van de wereld en bekwamen zich elke dag verder in dit wonderlijk vak. Iedere dag beter, zegt bestuursvoorzitter Eke Zijlstra… en in de blauwe Operatie Kamer maken ze die belofte waar. Ik hoop er alleen nooit meer te hoeven komen.

Zinnige leegte

Een vriend zei laatst iets grappigs: Ik zou wel eens willen zien aan elk voorwerp in mijn huis, wat ik daar oorspronkelijk voor betaald heb. Als een soort les. Je zou van je stoel (€ 480,-) vallen. Misschien wel eens een goeie oefening, dacht ik toen. Want als we niet steeds opnieuw heel anders tegen de wereld leren aan kijken, komen we er nooit uit.

Beter nog zou je alles in huis kunnen bestickeren zoals in een uitverkoop: in zwarte letters de oorspronkelijke aanschafprijs en in rood de huidige waarde. Je zult zien dat je dan van diezelfde stoel (- € 12,50) valt. Want de devaluatie van alle spullen in deze wereld, gaat met de evenredige astronomische snelheid als de ontwikkeling van nieuwe hebberigheid. Ik herinner me dat ik het altijd inspirerend vond om langs rommelmarkten en curiosa fairs te slenteren. Al die wonderlijke gebruiksvoorwerpen uit andere generaties zijn soms zorgvuldig onderhouden, dan weer jammerlijk gekneusd. Een oude viool die alle sporen van intensief gebruik laat zien, met twee initialen in de hals en een pandhuis sticker is nu eenmaal fascinerend. Ze prikkelt de fantasie met narratieve oplossingen. Of een houten notenkraker, uitgevoerd als elegant vrouwtje, tussen wiens liezen de walnoten zijn gekraakt, ofschoon ze op de laatste amandel haar heup brak. Nog steeds spijt dat ik het destijds niet heb gekocht. (Nee, ik bedoel niet de Hillary Nutcracker)
Echter, toen vorige week de hele Battalaan haar gebruikte spullen weer uitrolde voor het nazomerende publiek, stond de collectie me erg tegen. Temidden van honderden Blokkerprullen en Xenos rietwerk hele Chinese legers futuristische poppetjes met valhelmen en wapentuig. Stapels dozen PC-games, afgedankte elektronica en duizenden andere impulsaankopen. De weerslag van de onuitputtelijk consumerende medemens heeft iets afstotelijks. Als een vuilnisbelt vol bevliegingen en controlegebrek.
Tja hoe moet het dan wel? Ik kan enorm genieten van uitgebalanceerde voorwerpen die hun werk heel goed doen. Het aanzetstaal waarmee ik mijn Sabatier koksmes scherp voor ik de tomaten klief in dunne gladde plakken. Of de Nespressomachine die me nooit in de steek laat. Zelfs dat gekke wifi kastje van Apple – een wit plastic doosje op mijn bureau met één groen lampje – doet het altijd. Een gedichtenboekje dat je meeneemt op elk zonnig terras. Het worden allemaal voorwerpen waaraan je je zou hechten. Al moet ik bekennen: ik hecht nog meer aan lege ruimte. Je zolder opruimen schept immers ook ruimte in je hoofd. Als gevolg van een enorme razzia op een van de kamers had ik een wagen vol gebruikte spullen. Ik ben nog geen vijfde deel kwijtgeraakt bij de kringloopwinkel. Het is allemaal volstrekt onverkoopbaar. Te geef lukt het niet eens. Dus zullen we – recessie of niet – onze koopprikkel moeten leren beheersen. En ons moeten bezighouden met vormgegeven bruikbaarheid. Met elegante dienstbaarheid en inspirerende zinnigheid maar vooral… genietende ledigheid.

met Sherman tank over de linker rijstrook

StPancras_Eurostar-778951In de duisternis van de kanaaltunnel is het kalm typen. Er zullen vast wel cruiseschepen en olietankers boven mijn hoofd af en aan varen, maar hier in het blauwe schijnsel van de Apple merk je daar niets van en is het schrijfklimaat okay voor een pretentieloos blog.

Met mijn collega Stijn vertrok ik in het vroege ochtenduur vanuit het Station in Maastricht met de Waalse intercity op weg naar het Eurostar station in Brussel-Midi. Er is veel veranderd op dit traject, als ik dat vergelijk met de jaren dat de boemel naar Luik nog op diesel reed. Dat ging toen honkebonkend door de boomgaarden van Visé en Jupillle van stationnetje naar stationnetje. Voor aankomst bizar langzaam langs de neonramen van de prostitutiewijk bij Guillemins alsof de machinist niemand wilde storen. Niet te vergelijken met de goed geveerde, strakke vaart van nu. En hoe bijzonder is het niet om zo gladjes onder de structuren van Calatrava door te glijden en moeiteloos richting Brussel te zweven op snelheid. Al zou de TGV er wat later nog een angstaanjagend schepje bovenop doen. Jawel, van vertrek tot aankomst heeft de TGV nog het meest weg van vliegen. Het station van Rijsel heet dan ook Lille-Europe, zoals een luchthaven betaamt. De incheck, de controle, de snelheid is bij benadering dezelfde. Alleen het uitzicht is aanmerkelijk dynamischer, behalve hier in de tunnel al duurt dat maar even. We waren vandaag in Londen voor een bezoek aan onze toeleverancier van het Content Management Systeem. En dat werd een lang gesprek met glazen water. Dat jullie zomaar die hele reis maken, vroegen de jonge kerels verwonderd. Ze hadden geen idee waar Maastricht ongeveer ligt. Wij vanochtend trouwens ook niet waar we hun kantoor konden vinden. Een passerende Bobby had ook geen notie, maar wel een tip: you can find the adress on that one, wijzend op de i-phone. Wat merkwaardig dat de Londense taxi’s alle denkbare moeite doen om hun historisch imago te onderstrepen met oncomfortabele lamlendigheid. De retro klapstoeltjes en het kogelvrij glas maken het tot een hobbelige bevrijdingstocht in een Sherman tank over de linkerrijstrook. Maar komaan, we zijn weer eens in een wereldstad en liggen vanavond terug in ons eigen bed. Al kom ik wel vaker in Londen, het is toch weer anders als je er een zakelijke bestemming aan geeft. Het voelt strakker, functioneler, eigentijdser en georganiseerder om van dawn till dusk overgeleverd te zijn aan eigentijdse mobiliteitssystemen. Met in die resturen een geschikt blogklimaat.