Echte Aanpakker

frank-maisVanavond was ik uitgenodigd door mijn bijzondere vriend Frank. Hij is opgegroeid in een veehouderij en kent alle kneepjes van het koeienvak. Maar in één aspect heeft Frank zich helemaal gespecialiseerd: Maïsveredeling. En terwijl hij mij rondleidt door de hoge stengels van de Maïsplanten, wordt duidelijk dat Frank een van de zeldzame Limburgers is die doorlopend innoveert.

We gaan over een smal perceeltje boordevol maïsplanten dat grenst aan het spoor naar Luik, ver van de openbare weg, zodat het verscholen ligt voor passanten. Bij de meeste planten zijn zakjes over de vruchten geschoven en vastgeniet, om te voorkomen dat de jonge kolven worden bevrucht door een onbekende soort. Nee, de bevruchting moet juist komen van een slim gekozen ras, dat de eigenschappen van de nakomelingen zal beïnvloeden. Daarin schuilt nu juist de innovatie.
Innovatie, klinkt als de heilzame oplossing voor Limburg. Want ‘Lissabon’ heeft beklonken dat heel Europa daar de komende eeuw haar geld mee moet verdienen. Maar voor heel wat bedrijven blijft het begrip ‘innovatie’ steken bij de begerige blik naar een subsidieregeling. Zoekend naar de kans om nieuw kantoormeubilair te financieren uit een innovatiepotje. Zo gaat het niet bij de melkveehouderij van Frank’s familie. Daar zijn vandaag twee fonkelnieuwe melkrobots geleverd – ze staan nog in plastic – en zullen eerdaags 24 uur per dag volledig automatisch meer dan honderd koeien melken, zodat de veehouder zich kan bekommeren om het terugdringen van alle inkoopkosten.
En op dat terrein komt Frank in beeld. Maïs is immers hoofdbestanddeel uit de voeding van koeien en het loont dan ook om dat gewas zo slim mogelijk te veredelen. Dan haal je jaar na jaar meer voedingswaarde van het land, met dezelfde inspanning.
Frank werkt al meerdere jaren met zo’n honderd soorten maïs en houdt nauwlettend de kruisingsschema’s bij in Excel. De ene plant heeft robuuste kolven, maar laat de goudgele toppen daarvan uit het loof steken. Dat trekt vogels aan waardoor de opbrengst afneemt. Dus kruist hij die soort met een minder opzichtige variant. Andere maïsplanten hebben bladeren die het regenwater goed bij de stengel houden. Of die een sneller rijpende korrel voortbrengen. Je kunt het zo gek niet bedenken of het heeft invloed op de opbrengst. Nu zul je zeggen, dat is toch niet innovatief? Dat doet de mensheid al duizenden jaren.
Dat klopt. De mens innoveert al duizenden jaren. Frank is zo ver dat hij zijn maïs na de oogst meteen naar een collega in Chili opstuurt. Zodat die de zaden opnieuw tot volwaardige planten laat uitgroeien op dat zuidelijke halfrond, terwijl wij hier op de Elfstedentocht zitten te wachten. En in het voorjaar stuurt Chili de opbrengst weer terug: weer een hele generatie winst. Zo pakt Frank dat aan. Hij gaat elke dag op pad over zijn proefpercelen, met plastic zakjes, notitieboekje, nietmachine en fototoestel. Uit enthousiasme voor dat complexe vak. Met vakkennis en gevoel voor de natuur. Zonder één Euro subsidie.
Het lijkt wel of innovatie wordt uitgelegd als: “vertrouwde dingen op een nieuwe, andere manier gaan doen.” Maar als we werkelijk iets willen bereiken in innovatie, dan is daar in de eerste plaats een heel gedreven mentaliteit voor nodig. Mensen die aanpakken. Op eigen initiatief, uit liefde voor hun veranderlijke vak, in een veranderlijke tijd. Zonder dat iemand hem er ooit naar heeft gevraagd, is Frank van Aubel uit Eijsden zo iemand. Kras het vakje maar vol: “geschikt.”

Koehandel voor Watjes

chinese schaarDe cultuur GPS voorspelde het al: wie zaken wil doen met China krijgt te maken met een ‘masculine’ attitude. Men heeft vooral waardering voor toppers en succesvolle mensen. Een waarde die in constitutie van elke Chinees ligt opgesloten. Dus horen kneuzen en zwakkelingen er gewoon niet bij.

Op de stoffenmarkt in Kennedytown zat ze te dutten, de oudste marktkoopvrouw. Het was zo’n mooi beeld, dat ik discreet de camera liet lopen. Een grijs, krom vrouwtje in haar nestje van duizend stoffen, opgestapeld aan alle kanten tot een toren van textiel, met daarin slechts een enkel venster met daar in haar knikkebollende gestalte. Ze is de pensioenleeftijd al lang voorbij, maar in Hongkong werkt iedereen gewoon door tot het leven zelf op is. Je leeft om te werken, is het idee. ‘Niets doen’ komt er nauwelijks voor en is heel slecht voor het ego. In heel Hongkong nauwelijks een bedelaar gezien. En zo heeft ook dit vrouwtje een plek gekregen die bij haar past. Ze hoeft niets te doen dan slechts lappen stof af te knippen en die te verkopen voor een goede prijs.
Waar in de wereld ik ook kom, de lokale markten sla ik nooit over. Want elke Souk, de Mercado, Marché of αγορά, evenals de openlucht slachterijen en visstallen, laten bij uitstek zien hoe een cultuur omgaat met haar alledaagse levensbehoeften. Een Chinese visboer werkt de hele dag met een groot, zwaar hakmes als gereedschap. Ook de kleinste vissen worden daarmee gefileerd. De chirurgische precisie waarmee hij zo’n verse Poon opensnijdt, zonder darmen of zwemblaas stuk te maken, toont een volwaardig ambacht.
Bij het vrouwtje wil ik twee Chinese schaartjes kopen. Voor mijn dochters die allebei linkshandig zijn. En voor linkshandigen is het nu eenmaal niet eenvoudig een geschikte schaar te vinden. Hier in dit textiele hoekje bij het vrouwtje dat inmiddels is ontwaakt liggen er zo’n tien. Veel logischer vormgegeven dan de scharen die we gewend zijn. Ze bestaan in wezen uit twee langgerekte losse messen, die tot handvaten zijn verbogen. Eenvoudig en eleganter dan welke andere schaar ook. Zowat elke dorpssmid in China kan hem produceren in een half uur. Ze noemt haar prijs. En haar toelichting om die vraagprijs vooral serieus te nemen, moedigt mij aan om af te dingen. Al versta ik geen woord Chinees, met mijn intuïtie voor andermans intenties is niets mis. Zo’n 120 HK Dollars voor een schaar. Dan lijkt mij 200 voor twee stuks best redelijk. Ze is meteen akkoord.. maar vindt dat ik er niets van heb terechtgebracht. Want dat is geen afdingen. Een relevant voordeel begint bij de helft. Met een wegwerpgebaar wendt ze zich van me af en hoeft niet meer te zien dat ik tevreden ben met de twee schaartjes, opgerold in een oude krant. Zo doe je geen zaken, moet ze hebben gedacht. We zullen nog heel wat moeten leren, willen we straks volwaardig deel uitmaken van een wereldeconomie waarin Chinezen en Indiërs de regie hebben.

Havenmeester

hong-kong1In de grootste hogedrukpan van de wereld word je gaargestoomd voor de nieuwste economie. Perfect georganiseerd, op volle snelheid, mondiaal en wendbaar als een scheepje in Hongkong Harbour. In het economisch centrum van Azie kijk je je ogen uit. 

Mijn hotel ligt aan de kop van Hongkong Island, aan de westzijde bij de monding van de haven. En het is vanaf dit punt dat je een perfect zicht hebt op de honderden simultane vaarbewegingen die door dit stukje water rechte, schuimende lijnen trekken,  als straaljagers door de lucht. Vanuit mijn appartement op de 35e verdieping ontgaat me niets en doen de kleine scheepjes denken aan uitvliegende bijen. Wat moet er dan wel niet in de korf aan de hand zijn? Wie zich in Hongkong City waagt kan vooraf maar beter even mediteren. De georganiseerde chaos is ons compleet vreemd. Het is dan ook niet verwonderlijk dat de Aziaten die hier wonen ons Westerlingen zien als een soort trage lomperikken, die maar weinig begrijpen van geconditioneerd gedrag en orde. Evengoed is men heel hulpvaardig en sta je nooit lang alleen, met een plattegrond in je hand. Via de dubbeldekker tram hotsenknotsen we het centrum binnen, waar alle mondiale bank-spelers en verzekeraars  zijn vertegenwoordigd in enorme gebouwen. Aan beide zijden van de oever wemelt het van de verantwoorde Feng Shui complexen die ijveren om de grootste hoogte. Willekeurig daar tussen staan wolkenkrabbers en wolkenkrabbertjes als naalden naast elkaar. Sommigen maar een enkel appartement groot maar evengoed 30 etages hoog.  Om acht uur in de avond vangt het grootste lichtorgel aan, dat je in de wereld vinden kunt. De grootste gebouwen hebben immers allemaal hun neon-lijsten en schijnwerpers, beamers die in de wolken schijnen en grote vidiwalls met bewegend beeld. Dan schalt over de kade promotionele muziek en flitsen alle lampen synchroon op de maat mee. Het is een staaltje van ‘kunnen’ waarin Hongkong sterk is. De organisatiegraad in deze stad is spreekwoordelijk, al zou je het niet zeggen als je de massa ziet kronkelen over de kades, door winkelstraten, in trams, bussen, metro’s en over roltrappen. Maar wie oplet ziet, dat ze elkaar nooit aanraken. Dachten wij zuinig te moeten zijn met energie in ons koude landje? In de zomer is in deze hele  stad geen lokaal meer te vinden waar de airco boven de 18 graden staat. Terwijl de hitte buiten verzengend is, loop je door grote warenhuizen en winkels met wereldmerken terwijl het kippenvel op je armen staat. Hongkong lacht met de Nederlandse truttigheid. En ik kan me voorstellen dat wie hier een jaartje verblijft, enigszins moeite zal hebben zich in Nederland weer thuis te voelen.