Ooggetuigen

zapruder_camera

Het ene moment sta je een gebruikt judopak aan te prijzen, een seconde later is er een sms met sleutelwoorden Apeldoorn en Aanslag. Twee seconden later heb je nu.nl op je mobiele en vraagt een passant, Hoeveel doden meneer?

 

Een van mijn oudste herinneringen galmt nog na door het trappenhuis van de flat waarin wij woonden. De bovenbuurvrouw riep mijn moeder, heb je het gehoord? Kennedy is dood. De naam zei me niets, maar door de oprechte schrik van mijn moeder zou ik het begrip Kennedy nooit meer vergeten. Dat moet op 22 november 1963 zijn geweest, ik was vier jaar. In Dallas zal het half een in de middag zijn geweest en ik heb geen idee van de tijd die verstreek voor onze bovenburen het nieuws op de radio hadden opgevangen. Het is bovendien wonderlijk dat men zo snel na de aanslag de persverklaring gereed had dat Kennedy inderdaad overleden was.
Het filmpje van Abraham Zapruder is decennialang de meest bekeken film aller tijden geweest. We kennen allemaal de schokkerige laatste beelden van John F. die naast zijn First lady Jacky in de Ford Lincoln wordt doodgeschoten. Zupruder draaide het overbekende materiaal met een Bell and Howell filmcamera – op de foto – en verkocht het filmpje de dag erna al aan Time Magazine. Het duurde echter tot 1975 tot het publiek het mocht zien. Zapruder kreeg de film terug en heeft het origineel tenslotte aan de Amerikaanse staat verkocht voor 16 miljoen dollar. Dat is een groot bedrag voor 486 groezelige beeldjes van 8 mm breed. Je kunt ze stuk voor stuk bekijken op http://www.assassinationresearch.com/zfilm/?NF=1  en je dan realiseren dat er in de 45 jaar die sindsdien zijn verstreken helemaal niet zo heel erg veel veranderd is. Ik zag de foto van de man die vandaag in dat zwarte wagentje reed, zijn hoofd onder het bloed en verantwoordelijk voor de dood van vier onschuldige omstanders. Mijn oudste herinnering dringt zich tegen de meest verse aan, zo verwant, ofschoon in hun uiteindelijke betekenis natuurlijk volkomen onvergelijkbaar. Tegelijk roepen deze verschijnselen als nieuwsfenomeen vraagtekens op. Over tijd, nieuws, snelheid, beelden, ons collectief verbonden zijn van seconde tot seconde. We hebben allemaal dezelfde vragen en voelen dezelfde verontwaardiging. Je zou kunnen zeggen dat nieuws en de emoties die daarbij horen als een soort golfbeweging en met de snelheid van een griepvirus over onze aarde spoelen. En we elkaar collectief in de greep houden van dezelfde emotie. Als een school visjes op de vlucht voor een roofvis. Wat een bizarre dag.

Oersoep voor een eigenwijs idee

kinderlamp

En dan plots gebeurt er weer eens iets. En worden we met twintig mensen ontboden in een ruimte nabij het Provinciehuis. Het draagt de naam Futurecenter, al oogt het wat schraal. Maar kom, het is een begin van iets nieuws.

 

 Stel je een een allegaartje van deskundigen voor – reclamemensen, interactieve producenten, krant- en tv-makers, adviseurs, toeristenmanagers, regio-marketeers, schoolleiding, bestuurders – met allemaal compleet uiteenlopende dynamiek en belangen. Allen hebben twee uur vrijgemaakt om eens te praten, te bezinnen. Misschien was het te goed weer buiten, misschien is de vrijdagmiddag geen goed moment, misschien een te hoog gegrepen onderwerp: ‘wat doen Limburgse media over de grenzen.’ In elk geval kwam er niet veel terecht van de thema’s die organisator José van Aaken op de flip-overs had geschreven. De inleiding van adviseur John Geelen moest de vonk van ontsteking brengen en hij benoemde dan ook enkele grootheden uit onze regio, die zo ongeveer niemand kent. Er zijn 3.000 gerenommeerde kunstenaars die de Maastrichtse Jan van Eyck heeft voortgebracht. Die hangen in musea over de hele wereld, maar niemand weet ervan. Er passeren talloze wereldburgers onze stad via een cursus bij MSM en waaieren weer uit over de aarde, zonder dat Maastricht zelf er iets mee doet. John triggert aardige redactionele thema’s die Leo Hauben een tijd later weerlegt als ‘zulke onderwerpen brengen we al, maar er zijn maar weinig mensen in geïnteresseerd.’ Een ander wil weten hoe groot die Euregio nu eigenlijk exact is, weer een ander wil eerst in de eigen zuid Limburgse tuin beginnen, daar ligt werk genoeg. De laborantenkantine – want dat was de voormalige functie van de ruimte – begint stilaan op een kalkoenfarm te lijken en een van de flip-overs valt spontaan om. De groep raakt hoe langer hoe meer verstrikt in begripsverwarring en in the end is helder dat een grote groep het liefst een scherp omlijnde opdracht ziet. Een briefing van waaruit de Provincie als opdrachtgever vertrekt. Zodat we al dan niet collectief die klus kunnen gaan klaren. Want daar zijn we goed in. Nou… ik geloof er geen flikker van, dat zoiets zou werken.

Als er ooit iets goeds ontstaat, waardoor de binding van regiobewoners onderling wordt versterkt en waarmee de grenzen tussen talen en landen een stukje worden geslecht, dan zul je zien dat iemand – een eenling – iets heeft aangegrepen. Waarschijnlijk iets heel simpels, waar niemand aan had gedacht. En deze eenling is daar dan gewoon mee begonnen. Door dat simpele, niet al te intellectuele idee gewoon eens… uit te voeren. Misschien eerst wat strompelend, maar later alweer wat slimmer. En je zult zien dat die ene eigenwijze ziel steeds overtuigder raakt van haar/zijn gelijk. Als tenslotte dat hele idee is uitgegroeid tot een nieuw fenomeen, heeft deze hele groep specialisten uit het Futurecenter het nog steeds niet opgemerkt. Omdat het buiten de kaders van hun aandacht valt. Omdat het een heel lange tijd niet bedreigend lijkt voor de gevestigde patronen en geldstromen. Zo zijn vele grote dingen ontstaan. Zoals de site You-Tube (een oersimpel idee), of de Hotelbon (is iemand heel rijk mee geworden) of een TV–programma als Big Brother, het zijn allemaal banale ideeën. Ook oplossingen die een regio op grotere hoogte tillen komen voort uit gedrevenheid, uit een simpel idee dat enorm bezield wordt uitgevoerd. En dat dwars tegen alle conventioneel denken in, een weg vindt die niemand eerder ging. Het zou natuurlijk grappig zijn als de chemische cocktail van belangen op afgelopen vrijdagmiddag de oersoep zou blijken voor zo’n eigenwijze stap. Ik hou je op de hoogte.

 

 

Geen eetlust, wel seks

adameneef_0

Begeerte is de elementaire drijfveer van onze samenleving. Het willen vervullen van allerlei behoeften kan sommigen misschien inspireren, het zet ons ook aan tot de meest banale dingen. Gisteravond waren de professionals aan het woord.

 

 

 

Als je me over een jaar vraagt wie me het meest is bijgebleven van deze Avond van het Gesproken Woord in het Maastrichtse Theater, noem ik Chris van Camp. Deze columniste demonstreert hoe je van een pen een slagersmes kunt maken.  In vriendelijk en humoristisch Vlaams fileert ze alle erotiek uit lustsituaties, lichaamsdelen, mannelijkheid en vrouwelijkheid. Totdat er een perverse poel vol frustratie overblijft. Dat ze daar plezier aan beleeft, zal niemand zijn ontgaan. Ook Peer Wittebols kan er wat van, al vaart hij een ramkoers. In zijn verhaal over een impotente man, vliegen we al snel over de grenzen van het betamelijke. En glijden we van kwaad tot erger in een mestvaalt van verdorven associaties. Op het moment dat je denkt dat het niet meer erger kan, komt Peer pas op gang
Wonderlijk genoeg is het de veterin uit de prostitutie Xaviera Hollander die het begrip begeerte uit de context van de seksualiteit lijkt te gaan halen.  Ze doet een bekentenis over haar kleptomanie, omdat ook die uit begeerte lijkt voort te komen. Maar aan het slot van haar verhaal krijgt ze toch een orgasme bij haar arrestatie en zijn we weer terug bij af. ‘Begeerte’ is deze avond onlosmakelijk synoniem voor ‘Lust’ en dan heeft niemand het meer over eetlust. Het gaat uitsluitend over seks.  Behalve als Gerd Leers het toneel op komt. Hij heeft een appeltje te schillen met de organisator van de avond, Jacques Reiners. Jacques is een van de eigenwijze organisatoren van deze stad, die alle ruimte neemt om bijzondere cultuur en wetenschap te programmeren. Hij heeft in zijn functie voor Studium Generale al heel bijzondere thema’s naar Maastricht gehaald. En het deed me dan ook deugd dat hij gisteravond zowaar werd gehuldigd met de Ridderorde voor een stampvolle theaterzaal. Proficiat Jacques. Hadden we in deze stad nog maar zo’n drie, vier kuitenbijters van jouw soort.