Ongehinderd nachtbraken

birdmoonSoms gaat het gewoon vanzelf, dan slaap ik eens helemaal niet. Een nachtje overslaan. En dat zonder wilde discotheek, en zonder gevecht tegen de slaap. Nee, gewoon verdwalen op het web en je verbazen over de talloze ideeën en initiatieven die mensen wereldwijd verzinnen.

Wie wakker blijft zal merken dat de stad totaal verstilt. Dat schept een enorme ruimte. Je zou natuurlijk als eigenaar van alles een wandeling kunnen maken, zodat je de galm van je eigen voetstappen hoort en in de verte het passeren van een trein. Of je verkiest een windstil plekje achter in de tuin. En rookt daar een sigaar. Dan zie je katten op stroperspad of soms de contour van een muisje in het gras. Maar dat is meer iets voor de zomertijd. In deze maanden verkies ik een virtuele dooltocht tot het ochtendgloren op de pc. Langs verlichte forums, via een woud van weblogs naar een akker vol shortfilms. Daar pluk ik wat fragmenten en kijk hoe de ene film naar de andere verwijst. Werelds beste animatiefilms, zomaar allemaal bij elkaar. Of trailers van de nieuwste Arthousefilms; er wordt zulk bijzonder werk gemaakt. Maar je vindt er ook boeiende colleges over maatschappelijke thema’s, muziekoptredens van de allergrootsten en het allerbeste uit interviews en documentaires.
Van websurfen gaat een totale vrijheid uit, want ik kan alles zelf bepalen. Niemand die voor mij heeft bedacht dat het in ‘Limburg Laat’ is, of die vindt dat ’s nachts de dames op het scherm bloot moeten zijn. Niemand die zich ongevraagd opdringt met reclame. Nee, de hele wereld onder de muis van mijn hand, klaar om geklikt te worden. Ik zou zomaar kunnen chatten met Tomoko in Tokyo, of een van de Forummannen in the States. Soms maak ik tussendoor een fotoalbum gereed voor de drukker en bestel dat meteen online. Wat later blik ik even rond in de rekken van Bol.com of Amazon, op jacht naar een stuk muziek dat mijn i-phone onlangs heeft getagged. En uiteraard kun je ook een blogje schrijven over hoe dat allemaal gaat, zo’n nacht.
Het mooiste moment is de dageraad. Alle vogels wekken elkaar en vieren de dag die zojuist begonnen is. Ook dan heb je nog alle tijd een kilometer of vijf te gaan rennen, niemand zal jou voor de voeten lopen. En als je weer helemaal warm en klam thuis aankomt, ben je de eerste die zich verdienstelijk maakt met het uitruimen van de vaat, het dekken van de tafel en het nemen van een warme douche. Een weldadig gevoel dat de rest van de ochtend onafscheidelijk is. Neem je in de middag toch gewoon een extra kopje koffie en in de nieuwe avond straks weer lekker vroeg naar bed.

Weg ermee

 

red-marker

Er komt vanalles mijn huis binnen… maar slechts weinig heeft betekenis. Vandaag echter, kreeg ik een boek: Paul Valéry, de macht van de afwezigheid. Het staat boordevol verwondering en gaat een leven lang mee, schat ik in.

 

Als je een boek van betekenis koopt of krijgt, zou je eigenlijk tegelijk een ander boek uit je kast moeten weghalen en in de coupé van een trein leggen, nadat je op de cover hebt geschreven: ‘Ik ben een rondreizend boek. Neem mij mee en lees me! Laat je commentaar achter op bookcrossing.com en laat me weer vrij!’. Als je op die vrijgevige manier je eigen collectie in de kast tot een vast aantal – van laten we zeggen zo’n 1.000 – relevante boeken weet te conserveren, dan kan ik Paul Valéry op blz. 126 weer het woord geven: ‘Als je wist wat ik weggooi, zou je bewonderen wat ik bewaar.’ 

Virginia Woolf had trouwens een heel eigen gevoel bij gebruikte boeken: “Second hand books are wild books, homeless books; they have come together in vast flocks of variegated feather, and have a charm which the domesticated volumes of the library lack.” Je bent wat je leest, zou een advertentie van Selexyz ervan maken. Maar dan alleen als je in staat bent te ordenen in ‘essentie’ en dus niet niet langer in ‘veelheid.’ Er zijn een paar tijdshriften, die geef ik niet op. Vrij Nederland is er één van. En verder wil ik de Adformatie en de Ode ook niet missen. Maar de rest kan eigenlijk stoppen. Ook heb ik eergisteren enkele fikse rode stiften gekocht. Met de bedoeling om de krant eens wat kritischer te beschouwen. Laat ik nu eens alle artikelen die een negatief gevoel geven en waarbij mijn betrokkenheid niet relevant is, decoreren met een rood kruis, wat zou er dan overblijven? Mijn vermoeden is dat de watervaste inkt nogal makkelijk doorlekt naar de andere pagina’s, maar ook dat zal het resultaat nauwelijks doen veranderen. Meer dan 80% van de bedrukte papieroppervlakte is immers schraal tot slecht en zeer beroerd nieuws. Moeten we dat allemaal meetorsen de rest van de dag? Daar ga ik maar eens mee stoppen.

 

Tijdperk vol vraagtekens

jacket_front_two

Natuurlijk voel ik twijfel, als ik aan mijn dochters in superlatieven over de kwaliteit van de schilder Modigliani vertel. Want hoe passioneel zijn werk ook straalt, er is zoveel nieuws gebeurd in de kunst sinds 1908. Zo ook Cezanne, Soutine en Vuillard. Allemaal gevestigde namen die voor waanzinnige bedragen van eigenaar wisselen. Maar wat moeten mijn kinderen daarmee?

 

Wie kan een ‘Gauguin’ nog bekijken zonder het besef dat het werk onbetaalbaar is? Dat beïnvloedt onze blik op het schilderij natuurlijk enorm. Over de werkelijke betekenis van die schilder in zijn kritisch tijdsgewricht hoor je helemaal niemand meer. En het lijkt wel of de generatie die nu volwassen wordt, dat stilaan door krijgt. Alsof deze jongeren onze superlatieven niet meer voor zoete koek aannemen en opnieuw afwegen: “Okay… leuk geschilderd, maar ik vond die blauwe kleur van Yves Klein toch vetter. En Jeff Koons dan, heb je dat hondje van bloemen gezien?” Op een van hun feestjes hoor ik een jongen praten over boeken: “Iemand verzint een verhaal en schrijft dat op. En dan zouden wij dat dan moeten lezen? Zo 1970 vind ik dat.”

Ook in film verandert veel. De interesse in kaskrakers mag zelfs bij jongeren nog steeds behoorlijk zijn, maar de ‘making-of’ vinden ze spannender. En daarmee bijt de slang van het conventionele denken heel langzaam maar zeker in haar eigen staart. En slokt die steeds verder op. Dat is de metafoor die past bij deze in zichzelf doorgedraaide wereld, waarin we zo stilaan bij alles wat we zo vanzelfsprekend vonden, grote vraagtekens zullen moeten plaatsen. Vandaag zag ik een voorpublicatie van het boek Dead Aid. Daarin bepleit een Afrikaanse schrijfster het stoppen van ontwikkelingshulp aan Afrika. Het boek van Dambisa Moyo moet tot denken aanzetten in ons land, dat jaarlijks 2,4 miljard Euro naar Afrika stuurt. Zo fascinerend vind ik dat.